← Table of contents
Nietzsche's Philosophie

Note 4 — Besluit.

M. François-Merkus translation

Het is evenwel niet noodig op onverdraagzame wijze ten gunste van eene der beide fundamenteele strekkingen te wedden, want men kan ook individualisme en altruïsme beiden voor wettig houden en zich eene „harmonische” ontwikkeling van elk dier beide strekkingen voorstellen. Ik geloof trouwens, dat niemand zeggen kan door zijne daden op streng consequente wijze, hetzij ten gunste van zuiver individualisme of van een beslist altruïsme te hebben gewed, en zoo aarzelt men ook hoe langer hoe meer, ook in theorie, de individualistische en vooral ook den kuddegeest, zooals Nietzsche doet, te veroordeelen. Men neemt de hierarchie der neigingen aan en erkent, dat die hierarchie tot zekere mate van het eene tijdstip op het andere, van het eene volk op het andere en zelfs van het eene individu op het andere veranderen kan. Welnu, zoodra men zich op dat standpunt plaatst, kan men over Nietzsche’s werk niet langer een beslist oordeel vellen. Men zal b.v. als volgt kunnen redeneeren: Nietzsche’s moraal is een der zuiverste typen van individualistische en aristocratische moraal, een schoon en logisch specimen van moreele weddingschap en uit dien hoofde is zij reeds een waardevol document voor allen, die stijl en eenheid in hun leven willen brengen—evenzoo goed als Tolstoï’s moraal b.v., die eene niet minder logische weddingschap is, gegrond op eene hypothese die bijna lijnrecht tegenover die van Nietzsche staat. Het feit trouwens dat Nietzsche eene radicale oplossing van het moreele vraagstuk geeft, sluit de waarschijnlijkheid uit, dat hem velen hetzij practisch of theoretisch volgen zullen en zijn werken zullen voortzetten, want om de leer van den Uebermensch werkelijk in praktijk te brengen moet men eene dosis geestkracht bezitten, zooals hoogst zelden voorkomt en Nietzsche erkent zelf, dat die zoo buitengewoon beschaafde wezens, die hij zich als genieën voorstelde, wellicht nooit anders dan in zijne verbeelding bestaan hebben. Daarbij is het moeilijk om, van het theoretisch standpunt uit, veel verder te gaan dan Nietzsche; enkelen zijner volgelingen als Alexander Tille4 of Rudolf Steiner5 hebben op eenige punten de leer van hun meester kunnen voltooien of verbeteren, maar het schijnt juist om den bijzonderen en vèrstrevenden aard van zijne leer, niet denkbaar, dat hij ooit de stichter eener school zal zijn; hij zal naar alle waarschijnlijkheid een „eenzame” zijn voor het nageslacht, zooals hij het geweest is in zijn denkersleven. Daarentegen ligt het in den aard der zaak, dat zijne leer misschien een vrij aanzienlijken invloed kan uitoefenen door, hetzij in het individu, hetzij in een volk de individualistische neigingen te versterken en ons oordeel over dien invloed kan goed of slecht zijn naarmate het individu of het volk is, waarop hij wordt uitgeoefend, want die invloed kan natuurlijk het moreel evenwicht van menschen, wier egoïstische neigingen toch reeds uitermate ontwikkeld zijn, helpen verstoren, maar hij kan ook omgekeerd andere naturen tot harmonie voeren door hen tegen zekere uitersten en gevaren der verschillende vormen van humanitaire, democratische of ascetische moraal te wapenen, en van uit dat oogpunt kan Nietzsche’s werk, dunkt mij, een weldadigen invloed uitoefenen op onzen tijd, die niet juist door overvloed van physieke en moreele geestkracht uitmunt.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings