Note 4 — Kabouterwraak of de vrijage van Hilbert en Japikje
Reading edition
Niet op zijn piekfijnst! In zijn daagsche plunje. Zijn Zondagsche pak droeg hij over den arm, want dat wilde hij eerst aantrekken, als hij Japikje's huis zou naderen, want 't stoof leelijk op het witte land, en zóó kwam hij er des te beter aan. In zijn linker-broekzak had hij een flesch jenever gestoken, en in zijn rechter een stuk schinken4, om den honger te stillen, en den dorst te wekken. Telkens nam hij een beet en een slok, en halverwege op 't Ellertsveld was 't vleesch op en de flesch al flink aangesproken.