Note 1 — Ferguut trekt op avonturen uit
Reading edition
Den ganschen dag had Ferguut gereden, toen hij eindelijk kwam aan een groot kasteel; op de brug zag hij een ridder, die een valk in de hand hield, en naast hem stond diens nicht, de schoone Galiëne, schoonere jonkvrouw kende men niet in het land van Alney.1 Ze had grijze, klare oogen, een glad en hoog voorhoofd; haar gelaat was lang, recht en blank; rood waren de lippen, en ze had Bladzijde 285een kleinen mond. Smal was ze van schouder, de armen waren lang, en de handen klein en wit. Toen zij geboren werd, bedacht de natuur, om haar alle schoonheid te geven, en volmaakt werd zij. Ferguut nam haar, toen hij van zijn paard sprong, bij de hand. Een dienaar ontdeed hem van zijn wapenen, en de jonkvrouw zag den ridder in liefde aan, want ze vond hem schoon en wel van wezen. Ze dacht stil in zichzelf: