Note 20 — Inleiding
Reading edition
Aan het eind van deze Inleiding mag ik niet nalaten mijnen innigsten dank te betuigen aan de Zeer Eerw. Heeren der Geestelijkheid die mij bij dezen arbeid zeer welwillend hulp hebben verleend door aangifte van gewestelijke vormen der vaderlandsche namen uit Friesland, Zeeland, Breda, Noord-Brabant, Twente en Limburg, namelijk: Rector J. van den Dries (Amsterdam), Kapelaan J. H. Laane (Breda), Rector Alf. Meijer (Oostrum), Pastoor J. H. Scholten (De Steeg). Bij dezen echter moeten meer bijzonder vermeld worden Kapelaan W. F. A. Overmeer (Zeddam) die, Fries van geboorte, zich voor de namen zijner moedertaal bijzonder beijverd heeft, en Rector J. van der Ven (Groesbeek) die bovendien door een openlijk uitspreken van zijn verlangen naar eene nieuwe Naamlijst,20 mij aansporing gaf tot het doorzetten van eenen arbeid, die, vóór verscheidene jaren aangevat, sedert door omstandigheden onderbroken werd, doch thans in deze uitgave aan geestelijken en leeken bescheidenlijk wordt aangeboden.