← Table of contents
Nederlandsche Doopnamen

Note 14 — Inleiding

Reading edition

De strekking derhalve mijner nieuwe Naamlijst is ook deze: het gebruik van die goede en waardige vaderlandsche namen te bevorderen, en wel ten eerste als doopnamen. Dit wil zeggen, dat het niet langer ongepast worde gerekend, aan den pastoor of den doopenden priester den naam op te geven in de moedertaal. Zulks heeft ook nog dit voordeel, dat er dan in overleg met hem kan bepaald worden, welke naam, in den vaderlandschen vorm zal worden ingeschreven bij den burgerlijken stand. Het doopboek, waarvan de officiëele vorm het Latijn is, neemt natuurlijk den kerkelijk-Latijnschen naam op, die trouwens bij de toediening van het H. Sacrament wordt aangewend;14 doch de Nederlandsche vorm worde er, zoo noodig, met een enkel woord naast gezet. Dit overleg zal moeilijkheid en last voorkomen, welke anders nog wel eens later plegen te ontstaan door schuld van slordige aangevers of letterziftende beambten. Ook acht ik aangifte van den Nederlandschen naam bij den burgerlijken stand ten zeerste nuttig om bij de on-katholieke beambten de meening uit te roeien, alsof wij Roomschen met onze Latijnsche Heiligennamen maar halve Nederlanders zouden zijn. De waarheid toch is, dat juist wij katholieken “de oudste brieven hebben”, omdat wij met de stukken bewijzen kunnen dat ons middeleeuwsch voorgeslacht gewoon was, de Heiligen met allen eerbied te noemen en aan te spreken als St. Jan, St. Pieter, Ste Aagte, St. Laurens, St. Baaf, Ste Liesebet enz. En waarom dan toch zou dit thans ongepast moeten heeten?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings