← Table of contents
Nederlandsche Doopnamen

Note 13 — Inleiding

Reading edition

Zoo werden dan door het Latijn de van ouds geijkte Nederlandsche vormen verdrongen; want we hebben ze toch in vroegere eeuwen wel echt bezeten de namen, die geheel volgens het Nederlandsche taaleigen, op waardige wijze de strikt kerkelijke namen vervingen. Petrus was Pieter, Paulus Pauwels, Christophorus Kristoffel, Elisabeth Liesebet of Liesbet, Martinus Maarten. En menige oud-vaderlandsche naam, die door den Latijnschen vorm der kroniekschrijvers zijne zuiverheid verloren had, droeg in de moedertaal veel ongerepter zijn afkomst en beteekenis ten toon. Volkert is zuiverder dan Volquerus, Koenraad dan Conradus, Rombout dan Romualdus enz. Wat vrouwennamen aangaat veranderde onze middeleeuwsche taal geregeld de a van het Latijn in de Nederlandsche e, gelijk ons dat door verscheidene nog heden bestaande plaatsnamen vertoond wordt, zooals: S. Anne ter Muiden, S. Annenburg,13 Den Annenburg, Geertruidenberg, Mariënboom, Mariënbosch, Mariëndaal. Zoo sprak en schreef men toen Ste Aagte, Ste Christiene, Ste Margriete, S. Agnieten-convent enz. En gelijk de oud-germaansche persoonsnamen thans nog voortleven in de hoog- en nederduitsche geslachtsnamen, volgens hetgeen reeds boven besproken is: zoo staan de middeleeuwsche, goed-nederlandsche vormen nog te lezen in de hedendaagsche geslachten als Evertsen, Gijsberts, Jaspers, Leenderts, Martens, Roelofs, Rombouts enz., evenzoo in de plaatsnamen, en voor het overige natuurlijk in de oorkonden onzer geschiedenis.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings