Note 48 — II. West-Indische neger-folklore.
Reading edition
Het meerendeel der in Suriname bijeengebrachte dierenfabels, hetzij Anansi er in optreedt, (dus echte anansi-tori’s) (No. 1–24) of niet (No. 25–33), behoort tot de fabels, waarin de dieren, die er in optreden, doorgaans als menschelijke wezens worden voorgesteld, met hunne goede en slechte karaktereigenschappen, met hunne gewoonten en gebruiken. De tijger, met welk dier ook hier de jagoear wordt bedoeld, en die in niet minder dan acht vertellingen van dezen bundel optreedt, viert zijn verjaardag. (No. 14, getiteld: „Tijger’s verjaardag”) speelt tot tijdverdrijf een oud-Afrikaansch spel, met de zg. Awari-bángi* (in No. 6, getiteld: „Hoe Heer Spin zijn schuldeischers betaalt”) en doet zelfs „een kleintje in de broek”, (in No. 4, getiteld: „Spin, Tijger en de doode koe”); de dieren houden wedstrijden in hardloopen, en gaan daarbij weddenschappen aan, dingen naar de hand van Koningsdochters enz. enz. Evenals in de Afrikaansche negervertellingen worden de namen der dieren doorgaans voorafgegaan door Heer48 of Broeder49. In Suriname is anansi doorgaans Heer, en brengt hij het somtijds tot Gouverneur.