Note 24 — II. West-Indische neger-folklore.
Reading edition
Nog geen twee weken was ik in de kolonie, toen een negerinnetje, een onzer dienstboden gedurende ons verblijf te Paramaribo, mijn aandacht vroeg voor het land waaruit haar grootvader eertijds als slaaf was weggevoerd, want toen haar gevraagd werd, voor onze phonographische opnamen een typische negerliedje te willen zingen, hief zij met sympathieken stem, het later door mij meermalen gehoorde, „mooi Afrika mi lobi di”.24