← Table of contents
Mythen en sagen uit West-Indië

Note 18 — II. West-Indische neger-folklore.

Reading edition

De Tshi-taal sprekende negers der Goudkust kennen aan ieder natuurprodukt eene kra toe en de redeneeringen, die hen, volgens Ellis, tot dit geloof hebben geleid, komen uit een logischen gedachtengang voort. Iemand valt op zekeren dag in de rivier, zegt deze schrijver (El. a) van de negers, die de Tshi-taal spreken. Hij verdrinkt; het lichaam wordt uit het water gehaald en blijkt geen teekenen van geweld te vertoonen, die den dood hadden kunnen veroorzaken. Welke was dan de oorzaak van den dood? vraagt de neger18. Water alleen doet geen kwaad; hij drinkt het immers dagelijks; hij wascht zich er mede en gebruikt het voor een menigte doeleinden. Hij trekt dus het besluit, dat het water den dood van den man niet kan hebben veroorzaakt; en daar hij een geestelijk wezen bij de hand heeft, waaraan hij het ongeluk toeschrijft, neemt hij aan, dat de kra van de rivier, m.a.w. de in de rivier huizende geest den man heeft gedood. Dit maakt hem bang, want als de man, die in het water is gevallen, door den riviergeest gedood is kunnen worden, waarom ook niet een ander—waarom niet hij zelf misschien?

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings