Note 1 — II. West-Indische neger-folklore.
Reading edition
Reeds op den tweeden dag van onzen tocht bleek mij echter, dat op mijne negers, die als roeiers en als dragers dienst deden, en wien ik voor het verzamelen van dieren premiën had uitgeloofd, voor zoover het spinnen gold, niet veel te rekenen zou vallen, want „een spin,1 het verstandigste en slimste dier, mag niet gedood worden”, voegden mijne roeiers mij toe, mij verwijtend aanziende, toen ik tegen de tent van mijn boot een jacht op een snelloopende, langpootige soort wilde beginnen, na reeds een der voor deze brooze wezens medegenomen reageerbuisjes met spiritus te hebben gevuld.