Note 135 — II. West-Indische neger-folklore. (continued 3)
Reading edition
1 Anansi in de Neger-Engelsche taal der negers. ↑
2 Min, kindermeid. ↑
3 Sterfhuis. ↑
4 Deze was nog de ouderwetsche met wasrollen. ↑
5 D.i. „Ondank is ’s werelds loon”. (Zie No. 29). ↑
6 Henry M. Stanley. My dark Companions and their strange stories. Londen. Sampson Low, Marston and Comp. 1893. Een Nederlandsche vertaling, door mevrouw Joh. Dyserinck, verscheen bij de Erven Loosjes, Haarlem 1894. ↑
7 Daar de neger de bedoelingen van den verteller onmiddellijk begrijpt, onthoudt deze zich steeds van verklaringen en uitweidingen. Voor den Europeeschen lezer zou veel van de vertelling verloren gaan, wanneer zij letterlijk vertaald werd weêrgegeven. ↑
8 Sedert de kerken de overhand hebben genomen. (Zie voor de Neger-Engelsche taal der Surinaamsche negers blz. 211). ↑
9 Ik, iemand, die als lidmaat in de kerk ben, moet sprookjes vertellen? ↑
10 De vertellingen werden door Nahar in het jaar 1901 opgeteekend, en verschenen in haar geheel in 1916 (C. e.). Het „Verhaal uit het leven van Vriend Spin”, zond de heer A. G. Fernandes te Paramaribo mij een jaar of acht later toe, terwijl ik de vertellingen „De Boa in de gedaante van een schoonen jongeling” en „De geschiedenis van Fini foetoe, Bigi bere en Bigi hede” van den overleden oud-Surinamer, den heer Nunes omstreeks den zelfden tijd ontving. ↑
11 Onlangs heeft A. P. Penard een nieuwe verzameling (20 Anansitoris) doen verschijnen (P.c.) waaruit ik, onder No. 23, een in dezen bundel heb opgenomen. ↑
12 Zie het Hoofdstuk: De Anansi-tori en het Bijgeloof. ↑
13 Oorspronkelijk bezaten de Hollanders de kust van Guinea alleen met het oog op den handel, meer bepaaldelijk den slavenhandel. ↑
14 In 1730 bedroeg het aantal plantages (voor het meerendeel suikerplantages) 400 en reeds in 1688 was de suikerproductie, die in 1684 nog slechts 3 millioen Amsterdamsche ponden bedroeg, tot 7 millioen gestegen. ↑
15 Uitgesproken: joenánsi. ↑
16 De afwijkingen, die in beide opgaven de schrijfwijze der namen vertoont, moeten aan dialectverschillen worden toegeschreven. A. Werner schrijft in zijn Inleiding van Walter Jekyll’s boek (Je.) de namen weêr anders. ↑
17 Ook de taal der Boschnegers vertoont door de vele Portugeesche en Afrikaansche woorden een grootere verwantschap met de taal der oudste negerslaven—met het deel, dat Neger-Portugeesch sprak. ↑
18 De Surinaamsche negers noemen den Geest der rivier watramama (zie de legende van de Watramama) en het geloof aan deze mama is vooral bij oude negers nog zóó diep geworteld, dat aan haar het spreekwoord is ontleend: Te wátra falla, joe sa si wátramama na sjóro, d.i.: Als het water gevallen is, zult gij de watermama op het droge vinden. (Zie ook het Bijvoegsel: Avond op het water in Sierra Leone). ↑
19 De krokodil wordt door alle de Ewe-taal sprekende stammen aan de slavenkust, elo, lo, adopra, te Porto novo Jalodeh genoemd. ↑
20 Bliksemgod. ↑
21 Een der Goden, die den Negers vaak onheil brengen. ↑
22 Ik kan het niet helpen, het is mijn geest. ↑
23 Afschuwelijke voorbeelden van deze mishandelingen geeft o.a. Dr. W. R. van Hoëvell, een sympathieke strijder voor de belangen van den armen negerslaaf, in „Slaven en vrijen onder de Nederlandsche Wet 1854”. ↑
24 „Mooi Afrika, hoe heb ik je lief”. Hier treffen wij het Nederlandsche „mooi” en het Engelsche „love” met de Portugeesche uitgang i in de taal der negers aan. ↑
25 Bosch-goeverneur of Boschmama. ↑
26 De vertaling luidt: O, Nickerie! Hoe bemin ik jou. Maar de bergen zijn er zoo hoog. Kaperka kiri mi (= een hoogte, gedoopt: Cappelle maakt me dood—de l door hem als r uitgesproken), om een vracht te dragen naar Kilometer (voor het eerst in de negertaal opgenomen) zes. Maar de bergen zijn er zoo hoog. Refrein: Werken voor je geld, Werken voor je geld, Als wij op de Fallawatra (zijrivier der Nickerie) zijn, moeten wij werken voor ons geld. ↑
27 Getijden. ↑
28 Overgenomen uit het Neger-Engelsche woordenboek van Mr H. C. Focke Leiden, P. H. v. d. Heuvel, 1855. ↑
29 Land der blanken = Nederland. ↑
30 De kolonie Suriname is als een paardenstaart: heden waait hij her-, morgen derwaarts. ↑
31 Men zegt, dat dit geloof te danken is aan een Opperhoofd, die Spin werd genoemd, en die door hunne voorvaderen als een held vereerd werd. ↑
32 Oorspronkelijk woonden de Yoruba’s meer het land in, doch in het begin der 19de eeuw trokken zij naar het Zuiden en koloniseerden zij Lagos en de naburige kust. Ook de Tshi-taal sprekende stammen woonden eertijds, d.w.z. vóór de 15de eeuw meer landwaarts in een vlakke, met gras bedekte landstreek, en zij werden door de invasie der Mohammedanen genoodzaakt, naar het boschgebied langs de kust te verhuizen, waar zij later met de eerste blanken, de Portugeezen, in aanraking kwamen. ↑
33 Ook hier wordt steeds een landschildpad bedoeld. ↑
34 De groote landschildpad van Suriname is zeer verlekkerd op de vruchten van de Mopè*. ↑
35 Als zeer treffend voorbeeld van de nauwkeurigheid, waarmede de Neger de natuurverschijnselen waarneemt en op zijne wijsgeerige wijze tracht te verklaren, heb ik niet kunnen nalaten in Bijvoegsel No. III een dierenfabel op te nemen, die door den schrijver R. H. Nassau (N.) uit den mond van een Bantoe-neger is opgeteekend.
Aan velen der in Nassau’s merkwaardigen bundel opgenomen vertellingen is, evenals in sommige naar West-Indië overgebrachte Neger-verhalen de Arabische invloed niet vreemd. Menig lezer zal vermoedelijk onwillekeurig denken aan de vertellingen van Duizend-en-één Nacht. Zulks is begrijpelijk, wanneer ik hier herinner aan de meening van Ethnologen, o.a. aan die van Sir Harry H. Johnston (Joh.), die de oorsprong der Bantoe-negers terugvoert tot den N.O.-kust van Afrika en die den Bantoe-stroom—om een ethnologischen term te gebruiken—Zuidwaarts naar de Kaap de Goede Hoop laat gaan, om van hier langs de West-kust tot den Aequator om te buigen (N.). Het kan dus niet vreemd zijn, dat door de aanraking der Bantoe-negers met negerstammen der Slavenkust het Arabische element in de Folklore zich verder Noordwaarts en Westwaarts heeft verspreid en, ten slotte met de slaven naar West-Indië is overgebracht. ↑
36 Van „cunning”, dat slim beteekent. ↑
37 Het dialect der negers van Sierra Leone is een wanhopend ratjetoe van Engelsche en Afrikaansche woorden. ↑
38 In de Yoruba-taal wordt de schildpad Awon genoemd. Deze mythische held der Yoruba’s is herhaaldelijk het onderwerp van een Alo (vertelling), waarbij het rythmische geluid van den trom, die de tusschenpoozen van de Alo aanvult, een groote rol speelt.
Evenals in de vertellingen van de Negers van Sierra Leone en van de Goudkust niet van de Spin gesproken mag worden, maar deze steeds als Spin of als Heer, Vriend enz. Spin optreedt, wordt ook door de Yoruba’s nooit van de Schildpad gesproken. Het Yoruba spreekwoord: Eji Awon ko kom ni li owo mag bijv. niet letterlijk vertaald worden met: „Het bloed van een schildpad vult een hand niet”, maar men behoort te zeggen: „Het bloed van Awon vult de hand niet”, waarvan de zin is: Een onderwerp, dat op het eerste gezicht weinig belangrijk lijkt, blijkt dikwijls van groot gewicht te zijn. ↑
39 Daar roept een vogel! ↑
40 Wanneer een vogel roept, kan geen waar woord meer gesproken worden. ↑
41 De verteller bedoelt hiermede: wij moeten nu weder tot de werkelijkheid terugkeeren. ↑
42 Daar in de negervertellingen de spin steeds mannelijk gedacht is, mag in deze bladzijden de vrijheid genomen worden het geslacht te veranderen. ↑
43 No. 1–22 en No. 25–32 zijn afkomstig van M. H. Nahar en gedeeltelijk (C. d.) of geheel (C. e.) reeds gepubliceerd; No. 23 is overgenomen uit den bundel van A. P. Penard (P.); No. 24 is afkomstig van Anonymus en No. 33 heb ik te danken aan mijn tochtgenoot C. van Drimmelen. ↑
44 De Boschneger-Anansitori is overgenomen uit een kleine verzameling van F. Stähelin (S.). ↑
45 De vertellingen van Curaçaosche negers zijn overgenomen uit een kleine verzameling, door J. H. J. Hamelberg in het licht gegeven. ↑
46 De in dezen bundel opgenomen negervertellingen van Jamaica zijn bewerkt uit bet boek van Walter Jekyll (Je.). ↑
47 Hoe groote plaats de Spin in bet leven der Surinaamsche negers inneemt, moge blijken uit de volgende spreekwijzen, aan de Spin ontleend:
1e. Als een kind met vuur speelt, wordt het gewaarschuwd met: „no play nanga faja noso anansi de go kori joe”, d.i. speel niet met vuur, anders gaat de Spin je bedriegen, m.a.w. zal je vannacht in bed wateren.
2e. Als een kind in bed gewaterd heeft, zegt het: „Anansi kori mi”, d.i. de Spin heeft mij gefopt.
3e. Wanneer iemands been slaapt zegt men: „mi foetoe kisi anansi”, d.i. Spin heeft mijn been gekust.
4e. Dunne dijen worden in Suriname „Anansi-bouten” genoemd, enz. ↑
48 Mr. Spider in de Neger-vertellingen van Sierra Leone. ↑
49 Brer in de Spinvertellingen van Jamaica (zie verder). ↑
50 Mijn Kapitein. ↑
51 Kapitein Spin. ↑
52 Opvallend zijn in de door Nahar bijeengebrachte vertellingen de vele in het Surinaamsche Neger-Engelsch niet voorkomende onvertaalbare woorden, die ongetwijfeld van Afrikaanschen oorsprong zijn. Vele dieren worden er nl. niet met den Neger-engelschen, doch met den vermoedelijken Afrikaanschen naam aangeduid, zooals: Timekoe, voor konijn, Kitmawle voor vleermuis, Okekre voor schildpad, Akajoe voor kat. ↑
53 Dr. H. D. Benjamins deelt mij mede, dat, toen jaren geleden een circus voorstellingen te Paramaribo gaf, de negerbevolking de grootste vreugde toonde, toen zij Asaw in levenden lijve mocht aanschouwen. De marktvrouwen kwamen met bananen voor het dier aandragen, ja, het kwam bij de negers tot een ware vereering voor het dier, die den circuseigenaar geen windeieren gaf; want de voeding van zijn olifant heeft hem al dien tijd niets gekost. ↑
54 Van „cunning” = geslepen. ↑
55 Zie blz. 230. ↑
56 De Surinaamsche Negers schijnen een buitengewone vereering te hebben voor Napoleon. In een met mij gevoerd gesprek sleepte een Creool* er telkens Napoleon bij, terwijl bij gelegenheid van een dansfeest, door de Boschnegers ter mijner eere gehouden, een voorwerp van aardewerk, voorstellende Napoleon, rustende tegen een schelp, met zichtbaren trots vóór mij werd neêrgezet (C.a.). ↑
57 Daar deze verzameling in Paramaribo is bijeengebracht, vlucht Anansi, als hij in het nauw gebracht wordt, steeds in zg. beslagruimten. ↑
58 Het gebruik, om bij sterfgevallen anansi-tori’s te vertellen, wordt ook bij de Boschnegers aangetroffen, C. v. Coll (Co. a.) deelt mede, dat het in het Boschnegerkamp van Broos aan de Surnau kreek de gewoonte was (begin 19e eeuw) om bij een sterfgeval, als het een man gold, drie, voor een vrouw twee achtereenvolgende Zaterdagen bij elkander te komen, om anansi-tori’s te hooren vertellen. ↑
59 Niet alleen hierom, doch ook ten einde den lezer de poëzie te doen gevoelen, die de harten dezer eenvoudige natuurmenschen vervult, heb ik ter vergelijking aan dezen bundel negervertellingen toegevoegd de bewerking (Bijvoegsel II) van een der hoofdstukken uit het merkwaardige boek van Miss Cronise en Henry F. Ward (Cr.) ↑
60 Dit opstel, mij door M. H. Nahar bij de door hem opgeteekende anansi-tori’s toegezonden, gaf ik reeds vroeger in het licht (C. d. en C. e.). ↑
61 Wat, anansi-tori’s op klaarlichten dag vertellen! ↑
62 Zie blz. 258. ↑
63 De kerk is al aan. ↑
64 Mijnheer, gij zijt geen kind meer, ge zijt een Surinaamsche Creool, en weet heel goed, wat anansi-tori’s zeggen willen. ↑
65 Van de Moravische broedergemeente. ↑
66 Ik ken er geen. ↑
67 Sterfhuis. ↑
68 Kwaadaardige geest. ↑
69 Je vertelt ze niet goed. ↑
70 Sterfhuisratten; zoo noemen de negers ongenoode gasten, die de sterfhuizen afloopen. ↑
71 Wanneer de anansi-tori niet naar den smaak van het gehoor is, omdat zij vervelend is of slecht verteld wordt, maar vooral als men meent, dat de verteller maar wat aan het liegen is, begint er dikwijls tusschen twee of meer toehoorders een heftig dispuut, dat steeds eindigt met een zg. koti siengi (= schimplied). Dit koti siengi nemen de negers in het algemeen te baat, wanneer zij aan hun ergernis uiting willen geven of geplaagd zijn. Zij beginner er dikwijls eerst mede, als hun gemoed vol is. Wanneer bijv. de negermeid des morgens de woning binnenkomt met een voor deze stemming bepaaldelijk gevouwen hoofddoek, weet men zeker, dat men dien dag tot vervelens toe vergast zal worden op haar koti siengi. Het improvisatietalent van den neger komt haar hierbij goed te pas. ↑
72 Wanneer hij je in de rede valt. ↑
73 Zie je dat je ruzie met me zoekt. ↑
74 Hij schimpte voortdurend op mij. ↑
75 Hoedoe = hout, het bosch, dus: Loop naar het bosch! Velen hebben in de ongezonde oerwouden van Suriname den dood gevonden; van daar deze verwensching. ↑
76 Krijg ik krampen in mijn arm. ↑
77 Jongeheer. ↑
78 Mijn been slaapt. ↑
79 Maar, jongeheer, op Godsdag wilt ge anansi-tori’s vertellen? ↑
80 Een stopwoord van negerinnen. ↑
81 En zoo zou men onschuldig sterven. ↑
82 Meneer, U moet alles zoo niet uitvorschen, u gaat te ver met mij. ↑
83 Hm, wel niet aan zijn blauw flikkerend licht; in den slavenstand heb ik er een gezien, bij de plantage, die de vrouw van den bastiaan* Kofi kwam uitzuigen. Wel, dat is nog niets, de blanken zelf kunnen het getuigen. ↑
84 Indiaansche priesters. ↑
85 Er bestaan verborgenheden. ↑
86 Mannetje van een gronduil* (uil, die laag bij den grond nestelt). ↑
87 Vloermat. ↑
88 Bezem, van den vruchttros van den pina-palm gemaakt. ↑
89 Afrikaansche afgoden-priester. ↑
90 Inlandsche dokter. ↑
91 Koperen dwergspook. ↑
92 Kruispunt van wegen. ↑
93 Meneer, er bestaan dingen. ↑
94 Vriend. ↑
95 Afrikaansch snaarinstrument. ↑
96 Mijnheer, steek er den draak niet mede. ↑
97 Laat mij met vrede. ↑
98 Dat gaat het menschelijk verstand te boven. ↑
99 Land der blanken. ↑
100 Vergiftigen. ↑
101 Mijn ziel, mijn geest. ↑
102 Het is beter er niet over te spreken. ↑
103 De slaap doodt me—ik heb slaap. ↑
104 Dank zij den leeraren, die de oogen, die nog gesloten waren, geopend hebben. ↑
105 Zie: blz. 213. ↑
106 Ja kapitein, vaarwel. ↑
107 Kleine korjaal, kano. ↑
108 Weten is duur, m.a.w. berouw komt te laat. ↑
109 Goeden dag, mijn Gouverneur. ↑
110 De reiziger ziet spoken, m.a.w., wie veel bij den weg is, ziet spoken. ↑
111 Pap van bananenmeel. ↑
112 Gouverneur, denkt U, dat het kind braf (soort soep) zal willen slikken? ↑
113 Soep van tajers*. ↑
114 Wilde tajer, die giftig is. ↑
115 Ik wensch papieren. ↑
116 Kaart. ↑
117 Ruimten tusschen planken en stijlen. ↑
118 De duivel. ↑
119 Ik heb mijn azeman verkocht. ↑
120 Onvertaalbaar. ↑
121 Onvertaalbaar. ↑
122 Gouverneur Spin. ↑
123 Mijn Gouverneur, bespeel uwe viool. ↑
124 Ik hoor, het jonge meisje wenscht geen man. ↑
125 Het is goed, ga, ik kom. ↑
126 Hert, hert, wat zijt ge een dom dier. ↑
127 Vriend. ↑
128 Pens. ↑
129 Pens. ↑
130 Verheugt hij zich in een goeden eetlust. ↑
131 Moeder Akoeba, de vrouw van de Spin in de Anansi-tori’s. ↑
132 Hoe zal ik doen van daag? ↑
133 Man, wat moet ik doen, denk je? ↑
134 Mijn kindertjes, wie van jullie houdt het meest van vader? ↑
135 Ik. ↑
136 Man, meester, heer. ↑
137 Waternimf. ↑
138 Vriend Spin. ↑
139 Ba’ van baja = vriend. Pina = speld. Met Ba’ Pina wordt de kat bedoeld. ↑
140 Ik ben het niet, heer Spin is het. ↑
141 Kapitein jij draagt een hoofd, weet je; jij bent me een man. ↑
142 Breng voor de bemanning. ↑
143 Zijn mond voorbijpraten. ↑
144 De Neger-Engelsche benaming voor de kikvorsch en de pad. ↑
145 Wat zal ik zeggen? ↑
146 Ja, meester. ↑
147 Ondank is ’s werelds loon. ↑
148 Vriend Hond. ↑
149 Kakkerlak. ↑
150 Stekelvarken*. ↑
151 De haan is mijn slaaf! reh! reh! reh! ↑
152 Die een graf graaft voor een ander, valt er zelf in. ↑
153 Goedendag, vriend Dood. ↑
154 Rooster. ↑
155
Het geheele dorp zal verzinken!
Alle wezens zullen sterven!
Spin alleen zal overblijven!
156 Moeder Akoeba. ↑
157 Moeder Akoeba spreekt haar man dikwijls met „mi kaptin” (= mijn kapitein) aan. ↑
158 Goeden dag, vriend Tijger. ↑
159 Past op, dat Anansi u niet fopt. ↑
160 Goeden avond, Kapitein. ↑
161 Kósi is een eerbiedige kniebuiging, waarbij de voeten achterwaarts bewogen worden. Nog bij oude negerinnen (vooral onder de Boschnegers C.a. blz. 245) is deze begroeting in gebruik. ↑
162 Neen, ik heb zeere oogen. ↑
163 Eendvogels. ↑
164 Waternimf. ↑
165 Kikvorsch. ↑
166 De vrouw van heer Spin in de anansi-tori’s. ↑
167 Vriend Spin. ↑
168 Het hert. ↑
169 Gouverneur, dorpshoofd. ↑
170
Konijn, konijn.
Ik ben je knecht niet.
171 Dicht struikgewas. ↑
172 Jij, kwajongen van een haas. ↑
173 Goeden dag, mijn Oom. ↑
174 Schildpad*. ↑
175 Tante Akoeba, de vrouw van heer Spin. ↑
176 Vriend Vos (eigenlijk „Krabbenhond”), verlang je dan niet, je tante te komen zien? ↑
177 Er was eens.… ↑
178 Afkorting van Bája = vriend. ↑
179 Invloed der zending. ↑
180 Zie voor „schapen” in het verklarend register. ↑
181 Zoete pataten*. ↑
182 Naam, gegeven aan een (meestal oude) vrouw, die kinderen oppast. ↑
183 Mijn lieve jongeheer, wat scheelt U weêr? ↑
184 Ik ben ziek, néne. ↑
185 „Kakka” is haan. Wellicht is dit woord verbasterd Afrikaansch. ↑
186 Als je in de buurt bent, kom dan bij mij. ↑
187 Verbastering van Louise (Louisa). ↑
188
Vader noemt mij Leisah,
Moeder noemt mij Leisah,
Mina noemt mij Schuim!
189
Vader noemt mij Leisah,
Moeder noemt mij Leisah,
Coba noemt mij Schuim,
Schuim ben ik en Schuim zal ik blijven.
190 Meisje, geboren op Woensdag (zie blz. 213). ↑
191 Meisje, geboren op Vrijdag (zie blz. 213). ↑
192 Onvertaalbaar. Vermoedelijk Afrikaansch. ↑
193 Ik smeek mijn vader, door te mogen gaan. ↑
194 Toovermiddelen. ↑
195 Ge hebt het gezocht, ge hebt het gevonden, ge moet het dus dragen. ↑
196 Jassi (in het negerengelsch) is een gevaarlijke, besmettelijke huidziekte. Zie jas, in verklarend register. ↑
197
Mininimi, kom eten,
Krimintaria, kom eten,
Kopro Kanon, blijf daar!
198 Wilt ge mij voor twee centen bakoven verkoopen? ↑
199
Mininimi is er niet,
Krimintaria is er niet,
Kopro Kanon alleen is er.
200 Watermama. ↑
201 Opkomende vloed. ↑
202 Pagaal*. ↑
203 Zie No. 18 der Indianen-Serie. ↑
204 Kinderen der meermin. ↑
205 Is hier verband met den naam van een boomeend, skróerki genoemd. (Zie noot blz. 163). ↑
206 De boa heeft zich aangekleed. ↑
207 Groote vergadering. ↑
208 Vriend Tijger. ↑
209 Slang. ↑
210 Aap. ↑
211 Dat deze tot de reigers behoorende vogel tot schildwacht was gekozen, had hij te danken aan zijn uithoudingsvermogen, om urenlang, onbewegelijk, aan den waterkant te kunnen staan, loerende naar voorbij zwemmende visschen. ↑
212 Is hier verband met het geloof van den Goudkust-neger aan den Zaterdag als een ongeluksdag, naar een op dien dag gehouden noodlottigen veldslag? Volgens de Boschnegers zal, evenals bij de Ashantijnen hij, die op Zaterdag geboren is, ongelukkig zijn. ↑
213 Meneer, morgen zult ge ons niet meer zien, miauw! ↑
214 Dans. ↑
215 Gij laat hem al het mooie zien; gij moet hem den leelijken kant ook laten bekijken. ↑
216 Zie het uit dezen bundel in Bijvoegsel II overgenomen Spinverhaal, waarvan No. 17 van onze stadsneger-verzameling een variant is. ↑
217 Eerst kort vóór het afdrukken dezer bladzijden ontving ik nog door de welwillendheid van den oud-gezagvoerder van St.-Eustatius, den Heer G. J. van Grol een op dit eiland opgeteekende Spinvertelling, die te belangrijk was, haar in dezen bundel niet op te nemen, in de plaats van de vroeger reeds gepubliceerde (H.) Curaçaosche Spinvertelling „Nansi en de bonte koe”. ↑
218 De opdracht aan iemand, die naar Suriname vertrok, medegegeven, om de groeten aan een familielid op Curaçao over te brengen, wanneer hij er eens op de thee mocht gaan, was dus een groote flater. ↑
219 Het feit alleen, dat de Afrikaansche vrouwennaam Akoeba, die de echtgenoote van Vader Spin in de Surinaamsche negervertellingen steeds draagt, op Curaçao vervangen is door Chi Maria (Chi—uitgesproken Tsji—is het lidwoord vóór een vrouwennaam in het papiamento) zegt genoeg, om den katholieken invloed te illustreeren. (Zie voor de naamsverandering door de katholieken bij het doopen van Indianen: C. a.). ↑
220 Cha (uitgesproken: „Tsja” = lidwoord vóór een mannennaam) Nansi i pobbichi di breeuw. ↑
221 In het Neger-Engelsch „een lastig mensch”. ↑
222 Beteekenis onbekend. Vermoedelijk een Afrikaansch woord. ↑
223 Terwijl de West-Indische Negers onder den invloed der Zending hun polytheïstisch geloof meer en meer hebben verlaten en in plaats van hunne talrijke godheden, het Opperwezen der Christelijke leer zijn gaan erkennen, hebben vele Afrikaansche negerstammen aan hun polytheïstisch stelsel slechts een nieuwe godheid toegevoegd, die zij van de Blanken hebben overgenomen. De erkenning toch, dat de blanken in ieder opzicht boven hen staan en de overtuiging, dat hunne eigene goden hen niet meer in staat stellen, tot voorspoed te geraken, deed hen gretig een God van grooter macht aannemen (Ba. blz. 23), die zij Nana Nyankupon (= Heer in den Hemel) noemen (El. blz. 24). ↑
224 Zie: Het eiland St.-Eustatius door G. J. van Grol, oud-gezaghebber van het eiland, in de „Indische Mercuur” van 19 Maart 1907 en ook H. van Kol (Ko). De Heer van Grol heeft veel gedaan voor de invoering van de katoencultuur en voor de aanmoediging der bijenfokkerij. ↑
225 Zij vervangt de reeds elders verschenen Curaçaosche vertelling: „Nansi en Bonte Koe”, in onze oorspronkelijke lijst van negervertellingen (zie blz. 236) vermeld. ↑
226 Verpleegster, kindermeid. ↑
227 De afleiding van „Braha” is onbekend. Vermoedelijk is het woord een verbastering van Bâja = vriend, of van Brâra (Brer’ in de Jamaicaansche negerfolklore): broeder. ↑ a b
228 Ik behoud de Statiaansche spelling. ↑
229 Het animistische geloof tiert nog welig op St.-Eustatius. ↑
230 In Suriname werden onder Marrons verstaan de Afrikanen, die al aanstonds of kort na hun overvaart naar West-Indië van de slavenschepen of van de plantages gevlucht zijn en in de bosschen de Afrikaansche leefwijze gingen voortzetten. Van deze Marrons stammen de tegenwoordige Boschnegers af. ↑
231 De taal der Fantijnen is een dialect van deze taal, die door verschillende namen, als Twi, Shwi, Otyi en Ochi wordt aangeduid. ↑
232 De zwarte landkrab is een groote lekkernij voor den neger. Eertijds had ieder eigendom een krabbenvanger, die te zorgen had, den eigenaar van krabben te voorzien. ↑
233 Op Jamaica wordt de aankondiging van een groot feest of plechtigheid aan een boom bevestigd. Het volk wordt met muziek ontvangen en met muziek huiswaarts geleid. ↑
234 Te vertalen als: ’t orkest zet in. ↑
235 Den berg Sinaï gaan wij bestijgen. ↑
236 Onvertaalbaar. Salem is een groet en beteekent „vrede”. ↑
237 Enkelen onzer gaan naar den berg Sinaï. ↑
238 „Na eenig dralen” is kenschetsend. Men zou verwachten, dat na de afwijzing de afgewezene dadelijk zou vertrekken. Een neger doet dit niet. Hij is nooit beschaamd. Na de kortste weigering op een verzoek is hij in staat te gaan zitten, over andere dingen te gaan praten en ten slotte afscheid te nemen, alsof er niets gebeurd is. ↑
239 Pyang is het geluid van de Egret*. De a is niet de Engelsche a, doch de a in het Hollandsche „gang” en moet in den zang sterk geaccentueerd en met kracht uitgestooten worden. ↑
240 Uitroep: halo! ↑
241 Jewahlee is jubilé (jubelfeest). ↑
242 Er zijn dagen in de week, waarop negers niet willen trouwen. In Suriname trouwt hij op Zaterdag niet, omdat in den slaventijd de ter dood veroordeelden dan werden opgehangen. De huwelijken worden bij de negers met veel praal gevierd. Menschen, die als gehuwd samenleven, soms reeds volwassen kinderen hebben, stellen een wettig huwelijk, waartoe zij op aandrang der Geestelijken hebben besloten, dikwijls uit, omdat zij „nog niet gereed zijn”, d.i. nog niet genoeg gespaard hebben, om een gloeienden fuif te geven. ↑
243 Deze vertelling moet zoo snel mogelijk afgerateld worden.
Ying de Ying zeggen de Negers, wanneer zij het geluid van een viool bedoelen.
Take care you go talk en min’ (= mind) your tattling tongue wil zeggen: Spreek niet te veel; spaar je tong. ↑