Note 211 — II. West-Indische neger-folklore. (continued 2)
Reading edition
Eensklaps echter hoorde men Sabakoe*, de schildwacht211, roepen: „daar komt Kees-Keesi aan”, en werkelijk, enkele minuten later trad hij de vergadering binnen en stond hij voor den stoel van den voorzitter. Met stomme verbazing sloegen allen Aap gade, en geen wonder, want zijn voorkomen gaf er wel aanleiding toe. De anders zoo in de puntjes gekleede en gekapte Kees-Keesi zag er verfomfaaid, ja, haast ontoonbaar uit; zijn hoedje was ingedeukt, en het lint hing er aan flarden bij; zijn das was hij kwijt, zijn boord was losgerukt, zijn jasje en broek waren gescheurd, zijn gezicht droeg sporen van in aanraking te zijn geweest met scherpe nagels. Uit alles bleek ten duidelijkste, dat hij gevochten had en daarbij met een tegenpartij te doen had gehad, die niet voor de poes was.