Note 209 — II. West-Indische neger-folklore. (continued 2)
Reading edition
Poema* stelde voor, hem den hongerdood te laten sterven, Tapir* wilde hem eerst radbraken, daarna ophangen, Sneki209 voelde er meer voor, hem op een zacht vuur te roosteren of hem met een gloeiende tang vleesch uit het lijf te nijpen tot de dood er op zou volgen—een in den slaventijd zeer gebruikelijke strafoefening op weerspannige negers. Een ander weêr wilde den veroordeelde levend villen en zoo ging het voort, maar de vrouwelijke dieren vonden die straffen niet verschrikkelijk genoeg, verlangden in deze nog het oordeel te hooren van Kees-Keesi*210, den rechtsgeleerden raadsman van de Kroetoe; maar hoe men ook riep, Kees-Keesi kwam niet te voorschijn, en eerst nu bleek het, dat hij niet ter vergadering verschenen was.