Note 182 — II. West-Indische neger-folklore. (continued 2)
Reading edition
Ik ten minste vind het verschrikkelijk. Ja, ziek zijn, dat is wat. Maar geen ongeluk zoo groot of er is geluk bij. Mijn néne182 komt mij dikwijls bezoeken en toen ze mij op zekeren dag ziek vond, was ze treurig gestemd en zeide „mi góedoe pikíen mass’ra, san’ doe joe agen”.183 „Mi de síki, néne”184 was dan het antwoord. Op verzoek van mijn moeder zou néne mij wat afleiding bezorgen, door mij een anansi-tori te vertellen. Eerst maakte zij eenige gebaren, haalde diep adem en toen begon zij: