← Table of contents
Mythen en sagen uit West-Indië

Note 8 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË.

Reading edition

Waar volgens het geloof der Indianen, zooals boven reeds werd opgemerkt, alles in de natuur bezield gedacht wordt, is het niet te verwonderen, dat in verband met de wonderlijke rotsvormen, die in het binnenland van Guyana voorkomen, zij daarin eveneens bepaalde geesten denken8 waarvoor zij zich steeds in acht hebben te nemen, en steeds een zekere vrees aan den dag leggen—zoodat zij het gevaarlijk achten hunne namen te noemen, wanneer zij ten minste onder een bepaalden naam bekend staan (No. 29). Walter E. Roth geeft van deze vrees verschillende voorbeelden, deels uit de litteratuur, deels uit eigen ondervinding. Het wordt bijv. als hoogst gevaarlijk beschouwd, met den vinger naar een geest te wijzen, dus ook naar diens verblijf. Meer in het bijzonder wordt dit vermeld ten opzichte van den Ouden man’s val (de beroemde Kaieteur-val in de Essequibo). Im Thurn (T.) verhaalt, dat toen de op gepotlood ijzer gelijkende verweeringskorst* van vele rotsen in het droge rivierbed zijn aandacht had getrokken en hij er de Indianen naar vroeg, zij plotseling hem het zwijgen oplegden en hem waarschuwden, aan die steenen geen aandacht te schenken, daar deze zich zouden kunnen wreken en ongelukken zouden kunnen veroorzaken. Een Indiaan, die op Schomburgk’s reizen door Engelsch Guyana in 1847–48 eene verzameling gesteenten droeg, wierp ze weg, uit vrees, dat ze kwaad zouden kunnen stichten.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings