Note 7 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË.
Reading edition
In de dierenfabels der Indianen gaan de dieren als menschen met elkander om en als menschen voeren zij gesprekken met elkander, zooals meer in het bijzonder uit de nummers 13, 14, 15 en 30 moge blijken. No. 15 getiteld „Tijger en Miereneter”, is ook nog hierom merkwaardig, omdat een geheel gelijksoortige vertelling (een weinig gewijzigd) bij sommige Noord-Amerikaansche stammen de ronde doet. Behoort deze dierenfabel tot de groep van mythen, sagen, legenden en fabels, die als de overblijfselen te beschouwen zijn van oeroude, eenmaal over het geheele gebied der Nieuwe Wereld verspreide overleveringen of is zij, overeenkomstig de meening, dat, waar de hersenen bij alle menschen gelijk georganiseerd zijn, de produkten van den geest overal een groote verwantschap zullen moeten vertoonen, onafhankelijk van het noordelijke voortbrengsel7 van ’s menschen fantasie ontstaan?