Note 2 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË.
Reading edition
In de eerste plaats komen er z.g. kosmogoniën onder voor, waarin denkbeelden omtrent den wereldschepping zijn neêrgelegd en die voor een vergelijkend mythen-onderzoek steeds de meeste waarde bezitten. Deze mythen wortelen in een natuurgodsdienst en hebben haar ontstaan te danken aan de neiging der natuurvolken, om zich de natuurkrachten en natuurverschijnsels als levende wezens te personifiëeren. De kosmogonie is, zoowel naar inhoud als naar vorm, in hoofdzaak natuurmythe, want het ontstaan der kosmische en organische wereld worden er in behandeld, terwijl de natuurverschijnselen er als handelingen van bezielde wezens in worden voorgesteld. Deze natuurmythen bepalen zich tot een zeer beperkten voorstellingskring en hebben betrekking tot werkelijk bestaande en gemakkelijk waarneembare natuurverschijnsels.2