← Table of contents
Mythen en sagen uit West-Indië

Note 94 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 3)

Reading edition

Het sprak van zelf, dat de piaimannen onmiddellijk aan het werk gingen, want er was immers geen krachtiger middel van tegenweer dan de piai-kunst. Vóór alles moest deze worden aangewend; en zóó krachtig slaagde deze, dat drie schepen tot zinken werden gebracht. Hoewel de Indianen ook van hun pijlen gebruik maakten, moesten zij zich, toen hun voorraad verschoten was, in de bosschen terugtrekken. Van dien tijd dagteekent het, dat de Indianen zich in onderaardsche woningen gingen verschuilen, zooals er nog heden ten dage te Onoribo en Topibo aan de Para94 bestaan. Deze woningen bestonden echter reeds in oude tijden, toen de vaderen hunner vaderen het land bewoonden95 en de seizoenen niet waren zooals zij thans zijn96. Want telkens als de droge tijd intrad, heerschte er een zóó ontzettende koude over de wereld, dat iedereen er van bibberde en de voorvaderen der Arowakken zich genoodzaakt zagen, bedoelde holen te graven, teneinde zich tegen de koude te beschermen97. Wat kwamen deze nu aan het nageslacht als kostbare schuilplaatsen te stade!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings