← Table of contents
Mythen en sagen uit West-Indië

Note 83 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 3)

Reading edition

De pijl van Wau-oeta zag er, zooals ik zei, zeer vreemd uit. Hij was in drie of vier stukken gebroken83 en ieder stuk was gespleten. Wau-oeta ruilde dezen pijl voor den zijnen en verzocht hem, den hare te willen probeeren om naar een lange liaan te schieten, die op grooten afstand naar beneden hing, en .… ja, de pijl trof doel. Toen hij weêr den pijl op den boog zette, vroeg Wau-oeta hem in de lucht te willen schieten, en .… onbegrijpelijk, in welke richting hij ook zijn pijl wegschoot, telkens als hij de aarde bereikte, raakte hij een dier: eerst een Doroquara, en zoo voort in dezelfde volgorde, als waarin de vogels hem aan zijn voet hadden gepikt, tot den powies* toe. En het vreemde was, dat als hij schoot, hij zelf den pijl niet kon zien.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings