Note 82 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 3)
Reading edition
Toen het goed dag was geworden, zag hij een vreemde gestalte naar zich toekomen. Het was Wau-oeta, die een vreemdsoortigen pijl in de hand had. „Zoo, waart gij het”, zei ze, „die al dat lawaai van nacht maakte en mij uit den slaap hield?” „Ja”, antwoordde de man, „ik was het”. „Wel”, zei Wau-oeta, „kijk eens langs je arm, van je schouder tot je hand”. Hij keek, en zag dat hij met een soort schimmel82 bedekt was. Hij keek ook naar zijn anderen arm en zag precies hetzelfde. Toen hij van Wau-oeta gehoord had, dat het deze schimmel was, die hem zoo ongelukkig op de jacht maakte, wreef hij zijn armen goed af.