← Table of contents
Mythen en sagen uit West-Indië

Note 79 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 3)

Reading edition

Onze vriend voelde zich echter niet op zijn gemak, nu den naam te hebben, ook bij de jacht op alle andere dieren steeds geluk te hebben, omdat hij Tobe-horo-anna had weten te bemachtigen. „Wie zou hij beter kunnen raadplegen in deze moeilijkheid”, dacht hij, „dan Wau-oeta, de Regenkikvorsch*”79. Hij ging op weg en vond een boom, waarin zij woonde; hij posteerde zich onder aan den boom en begon te roepen, haar vragend, hem te willen helpen. Maar hij kreeg geen antwoord, en hij bleef roepen en weeklagen, totdat het donker werd. Telkens herhaalde hij zijn vraag, of zij hem de dingen wilde zeggen, die hij zoo graag wilde weten. De nacht viel in, en nog had hij geen antwoord. Maar hij hield aan, want hij dacht, dat Wau-oeta wel zou komen, zooals de meeste vrouwen doen, die eindelijk toegeven, wanneer zij ten slotte medelijden met den man krijgen, als zij hem zoo hooren schreien80 aan den boom.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings