← Table of contents
Mythen en sagen uit West-Indië

Note 10 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 3)

Reading edition

Deze voorstelling leert de Indianen weder als natuurdichters kennen; want treffen wij deze vergelijking van de maansikkel met een wapen—het uitgangspunt hunner dichterlijke phantasie—ook niet bij poëtisch aangelegde zielen in het „beschaafde” Europa aan, die behoefte hebben gevoeld, ieder op hunne wijze de tallooze wonderverschijningen in de natuur te bezingen?

In dit verband treffen o.a. eenige regels in een der gedichten, van Augusta Peaux, de Nederlandsche natuurdichteres, die 40 jaren na Jacques Perk hare gedichten liet verschijnen en waarin van een „Dennenboom in den avond” wordt gezegd:

„Een den staat met donker gebogen hoofd

Onder de kromme kling van de maan:

Een sombere dweper, een fatalist,

Een donkere slaaf, die kwaad heeft gedaan.

De maankling boven zijn hoofd is blank,

Blinkend en scherp in de groote lucht.

Roerloos staat hij voor ’t purpergordijn

van den avond, fanatiek, ducht

Geen dood”.

enz.

(Zie een artikel van J. Reddingius in Groot Nederland van Augustus 1925). ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings