Note 39 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 2)
Reading edition
Tijger begon nu te piekeren over hetgeen zijn eigen maal had opgeleverd, en zei: „Nog nooit is me zoo iets overkomen; ik moet stellig ziek zijn”. „Ziek ben je zeker”, antwoordde Tamanoea, „en slapjes ook; want hoewel mijn voeten zoo lomp zijn, door bij het loopen mijn teenen steeds naar buiten te buigen,39 kan ik toch even hard vooruitkomen als jij”.