Note 37 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 2)
Reading edition
Het duurde eenigen tijd, toen de jongste een vreemd geluid en daarbij huilen hoorde, dat uit de hangmat van den bezoeker kwam. Het geluid werd steeds erger, en nadat zij het vuur wat opgerakeld had, vermande zij zich en ging naar de hangmat toe, waaruit zij tot haar grooten schrik bloed zag druppelen. En nog heviger schrok zij, toen zij haar zuster dood in de hangmat zag liggen. De bezoeker zelf was verdwenen, maar aan bepaalde kenteekenen begreep zij, tot welken stam de bezoeker behoorde. Om aan een dergelijk lot te ontkomen, haastte zij zich nu naar buiten en liep zij naar het met maïs beplante veld, dat haar eigendom was en dat door de schimmel geheel was aangetast en verrot was; in dit veld verborg zij zich. Ten einde zich nog beter te beveiligen, waarschuwde zij den Geest der schimmelplant, hem op het hart drukkend, dat, wanneer Joroka haar hier mocht vinden en haar mocht pakken, zij hem aan geen koren meer zou helpen.37