Note 64 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 2)
Reading edition
Vele jaren leefde het paar tevreden en gelukkig, en de stinkvogels hielden het voortdurend gezelschap. Eens op een dag zond de vrouw Maconaura met een korf naar de rivier om water voor haar te halen; maar hoe hij het ding ook in het water dompelde, steeds liep het er door de mazen even hard weêr uit. Toen hij het nog maar niet wilde opgeven, kwamen er moeneri-mieren64 opdagen, die zijn pogingen zagen en hem vroegen, wat hij daar deed; en toen zij van hem hoorden, hoe hij alles in het werk stelde, om aan het verlangen van zijn vrouw te voldoen, boden zij hem aan, om alle openingen van zijn korf met „mierenbed” dicht te stoppen.65 Toen nu de mieren met hun karrewei gereed waren, liep het water niet meer weg en zoo bracht Maconaura den korf, tot aan den rand toe gevuld, huiswaarts.