Note 63 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 2)
Reading edition
Zooals gewoonlijk kwam er al spoedig een stinkvogel aanvliegen, maar zijn mes was te bot, om hetzij Maconaura buiten den knip, hetzij het wild in den val aan te snijden. Ook nu weêr vloog de stinkvogel weg, om zijn gouverneur, den koningsgier te gaan halen. Toen deze prachtige vogel dichtbij genoeg was, greep Maconaura hem zóó stevig beet, dat de kleinere stinkvogels, die spoedig reeds present waren, er van schrokken en allen wegvlogen. De koningsgier vermoedde in zijn aanvaller dadelijk een piaiman, want nog nooit had iemand hem zóó leelijk te pakken gekregen. Eigenlijk doe ik verkeerd, hier van hem en zijn te spreken, want de vogel was een vrouwelijk exemplaar, hetgeen Maconaura spoedig zou merken, want plotseling legde de gier het veerenkleed af en veranderde in een vrouw63, en welk een vrouw!—een beeldschoon meisje, zóó schoon, dat Maconaura smoorlijk op haar verliefd werd en haar tot vrouw nam.