← Table of contents
Mythen en sagen uit West-Indië

Note 59 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 2)

Reading edition

Daar aangekomen, zette zijn vrouw visch, die zij gereedgemaakt had, voor hem neêr. Maar de man zei, „neen, ik dank je, ik ben verzadigd”. Zoo nu en dan verzon de man een uitvlucht, om op stap te gaan, en verzuimde nimmer een bezoek aan den Pot te brengen. „Ik heb honger, je moet nu eens een hapje vleesch voor me klaar maken”, zei de man. Dadelijk begon de Pot weêr te koken en na korten tijd had hij een stevig maal tapir-vleesch. Toen hij weder bij zijn vrouw kwam, zette zij een cassavegerecht voor hem neêr,59 maar haar man zei weêr: „ik heb geen trek, mijn buik staat bol.” Nadat hij twee dagen in de hut was gebleven en al het voedsel had geweigerd, dat zijn vrouw bij hem bracht, bracht hij weêr een bezoek aan den gelukspot, die hem trakteerde op vogelbout en vleesch en bij zijn thuiskomst verzekerde hij weêr zijn vrouw, dat hij in niets trek had.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings