Note 57 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 2)
Reading edition
Na een poos riep hij de vrouwen toe, dat eenige mannen de rivier kwamen overzwemmen; maar de vrouwen staken er den gek meê, en riepen hem toe: „Het is best, laten ze maar komen! Wij zullen ons best met hen vermaken”. De mannen waren echter menschenetende Caraïben; want pas hadden ze den oever bereikt, of ze wierpen zich op de vrouwen, slachtten ze allen en begonnen het vleesch te koken. De jongen in den boom trilde van angst en schrik, maar durfde niet naar beneden te komen. De Caraïben bewaakten de korjaal om te zien of de een of ander de boot zou komen halen, maar op onregelmatige tusschenpoozen liepen zij heen en weêr van de plek van den misdaad naar de landingsplaats. Gedurende een van deze oogenblikken zag de jongen kans, vlug van den boom af te komen, en nadat hij zijn pijl in stukken had gebroken57 en de stukken over zijn lichaam had gewreven, om zich dapper te maken, sprong hij in de korjaal en parelde hij zoo hard hij kon naar het midden der rivier.