Note 55 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 2)
Reading edition
In het nieuwe verblijf voelden de kinderen van de weduwe zich weinig op hun gemak. Iederen morgen, nadat zij wat hadden gegeten, begaven zij zich zoo gauw zij konden naar het graf van hun vader en keerden zij eerst laat op den dag terug. Op den derden dag van hun bezoek aan het graf ontmoetten zij een Heboe*, maar de kinderen herkenden hem niet. De Heboe sprak tot hen: „Wanneer jelui je vader weêr terug wilt hebben, moet je een blad van een zekeren boom (hij noemde den boom) plukken en er mede over het graf heen en weêr wrijven. Dan zal hij verschijnen”.55 „Maar we kennen den boom niet”, antwoordden zij, en toen de kleine man eenige bladen van den bedoelden boom had geplukt, wees hij hun, hoe zij de bladeren over den grond moesten wrijven, waar hun vader lag begraven, en drukte hen op het hart, dit den volgenden morgen dadelijk te doen en dan ’s middags terug te komen. Hun vader zouden zij dan zien.