Note 47 — I. INDIANEN-BEVOLKING VAN WEST-INDIË. (continued 2)
Reading edition
Den volgenden dag plukten zij nu een hoeveelheid katoen47 van de boomen en spreidden dit op den bodem uit. „Wat doen jelui daar?” vroeg de oude. „Wel, we maken iets heel moois voor je. Die zachte zitplaats zal je bevallen”, antwoordden de jongens. De oude was er erg blij meê; maar niet zoodra was zij op het zachte bed gaan zitten, of de jongens staken het in brand. De huid van de oude werd nu zóó erbarmelijk geschroeid, dat haar huid vol met rimpels trok. Dit leelijke, ruwe vel heeft de Regenkikvorsch altijd behouden.