Note 3 — Hoofdstuk XXIV. Over thee.1
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Daruma was een Indische wijze, wiens beeld, zooals wij reeds gezien hebben, in verband stond met het theedrinken als godsdienstig gebruik door de Zen-secte in Japan. Men zegt, dat hij de zoon was van een Hindoe-koning, en onderwijs had genoten van Panyatara. Toen hij zijn studies had voleindigd, trok hij zich terug naar Lo Yang, waar hij gedurende negen jaar in gepeins bleef zitten. In die periode werd de wijze in verzoeking gebracht op de wijze van den Heiligen Antonius, Hij worstelde tegen die verzoekingen, door aanhoudend de heilige geschriften op te zeggen; maar het telkens herhalen van het woord “juweel” verloor zijn geestelijke beteekenis, en werd in verband gebracht met den edelsteen, die gedragen werd in het oor van zekere bekoorlijke vrouw. Zelfs het woord “lotus”, dat alle ware Buddhisten zoo heilig is, was niet langer het symbool van Buddha, en deed Daruma denken aan het openen van den schoonen mond van een meisje. Zijn verzoekingen namen toe, en hij werd overgebracht naar een Indische stad, waar hij zich bevond onder een groote menigte aanbidders. Hij zag vreemde godheden met afschuwelijke symbolen op hun voorhoofd, en Rajah’s en Prinsen, die op olifanten reden, en die omringd waren door een groot gezelschap dansmeisjes. De groote menschenmassa trok voort en daarbij ook Daruma, totdat zij aan een tempel kwamen met tallooze tinnen, een tempel bedekt met een menigte onreine gedaanten, en het leek Daruma, dat hij de vrouw zag en kuste, die de beteekenis van den juweel en den lotus had veranderd. Daarop verdween de verschijning plotseling, en Daruma werd wakker, en ontdekte, dat hij onder den Chineeschen hemel zat. De wijze, die tijdens zijn overpeinzing in slaap was gevallen had ernstig berouw, dat hij zijn godsdienstige plichten had verwaarloosd, en na een mes uit zijn gordel te hebben genomen, sneed hij zijn oogleden af en wierp die op den grond, terwijl hij zeide: “O Gij Volkomen Ontwaakte!” De oogleden veranderden in de theeplant, waarvan een drank werd vervaardigd, die den slaap kon verdrijven en vrome Buddhistische priesters in staat stelde hun nachtwaken te houden.