Note 1 — Hoofdstuk VI. Jizō, de god van Kinderen.
B. C. (Boudewijn Casper) Goudsmit translation
Lafcadio Hearn schrijft in één van zijn brieven1: “Er is een vreemd gebruik in Izumo, dat u misschien wel belang inboezemt. Als er een bruiloft gevierd wordt in de woning van een impopulair man op het platte land, dragen de jonge mannen van het dorp een beeld van Jizō, dat op den weg staat, naar de Zashiki, en kondigen de komst van den God aan. (Dit geschiedt voornamelijk met een hebzuchtigen boer, of een gierig gezin). Door den God wordt voedsel en wijn geëischt. De leden van het gezin moeten binnenkomen, de godheid begroeten en al de saké en al het voedsel geven, dat geëischt wordt, zoolang er nog wat in huis overblijft. Het is gevaarlijk, dit te weigeren; de jonge boeren zouden waarschijnlijk het huis plunderen. Daarna wordt het standbeeld weer op zijn plaats gezet. Het bezoek van Jizō wordt zeer geducht. Het wordt nooit gebracht aan personen, die bemind zijn”.