← Table of contents
Minnebrieven; Over Vrijen-Arbeid in Nederlandsch Indië; Indrukken van den dag

Note 8 — OVER VRYEN-ARBEID IN NEDERLANDSCH INDIE.

Reading edition

Ik had m’n manuscript niet aan den Heer van Lennep verkocht. Ik en niet hy, had de beschikking over myn werk. Ik heb ’n brief van dien heer, waarin hy ’t voortgaan met drukken laat afhangen van het antwoord dat ik van den Koning wachtte.

Indien dus de Koning geantwoord had, indien dat antwoord geweest was zoo-als ik verlangde, dan zou de Max Havelaar niet verschenen zyn.

Het voorgeven van den heer van Lennep dat hy eigenaar was van ’t kopierecht, is van later datum, en van later uitvinding.

Ik heb in de eerste instantie het proces over die zaak verloren. En te-recht. Wanneer ik zitting had gehad in de Arrond. Rechtbank te Amsterdam, zou ik niet anders gestemd hebben. Voor de rechtbank immers is slechts gewezen op ’n stuk waarin ik verklaarde myn boek in vollen eigendom aftestaan aan den heer van Lennep. Maar de wyze waarop die heer dat stuk had in handen gekregen, namelyk: «OM NU MET EEN UITGEVER EEN CONTRACT TE KUNNEN SLUITEN» is niet aangeroerd.

Overeenkomsten, aangegaan ten gevolge van... neen, neen... dat wetsartikel—tevens ’n artikel uit het wetboek van eenvoudige eerlykheid—zal ik aanhalen by de behandeling myner zaak in appèl.

Appelleeren? Ja. Maar voor ’n Gerechtshof niet. Ik heb geen geld.

Maar ik zal appelleeren voor de rechtbank der publieke opinie. En dáár zal ik winnen, Mr. van Lennep!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings