Note 5 — OVER VRYEN-ARBEID IN NEDERLANDSCH INDIE.
Reading edition
Ik gaf afschriften van stukken, waaruit bleek hoe de schoonzoon van dat Hoofd, de man ten wiens huize m’n voorganger kort voor z’n dood z’n laatste middagmaal gebruikt had, reeds vóór myn komst in Lebak was gestraft wegens roof op den publieken weg. Ik legde kopie over van de verklaringen des Kontrôleurs—die ik later publiceerde5—verklaringen die afgelegd waren nadat er gebleken was dat de Gouverneur-Generaal den Resident van Bantam wilde steunen in ’t schipperen, en dus nadat die Kontrôleur weten kon dat-i van my niets te hopen of te vreezen had. Ik toonde door ’t overleggen van andere stukken, op menschkundige gronden ten duidelykste aan, dat ik m’n ondergeschikten wist te dwingen tot waarheid, en dat ik van dien invloed gebruik maakte, onverschillig of ’t my baatte of schade deed.6