Note 32 — Minnebrieven (continued 2)
Reading edition
Broeder! Uit innig gevoel des harten voel ik me gedrongen, u te verzoeken, my toetestaan persoonlyk kennis met u te maken. Ik ben van plan, morgen, na de preek, terstond naar Amsterdam te gaan, en by u myn bef en broek te komen afleggen, om met u te spreken over ’t geloof. Ge zyt op ’n goeden weg. Ge zyt een te goed mensch: om niet te gelooven als ik. Lees maar na ...32