Note 35 — Derde Sprookje.
Reading edition
(Noot van 1874.) Dit was de heer Pahud, dezelfde die na ’t verschynen van den Havelaar persoonlyk den toestand te Lebak onderzocht, uit welk onderzoek de erkentenis is voortgevloeid dat er in die Afdeeling «misbruiken» bestonden. ’t Spreekt vanzelf dat daarby met geen woord melding werd gemaakt van myn aanklacht. Men zie hierover ’t oordeel van den heer Veth in den Gids van Augustus ’60.