Note 11 — Het Kasteel van Montfoort.
Reading edition
Thands was de oorlog zoo goed als verklaard. De Bisschop trok, half genoodzaakt, de zijde van Maximiliaan, stelde Frederyc van Egmond van IJsselsteyn, die zich met 200 man tot hem begeven had, als Legeroverste aan, ontfing uit Holland, behalven 400 wapenknechten onder Jan van Cats en Jacob van Boshuzen, den bekenden Ridder Petit Salisart, met 34 Biscaysche boogschutters, en deed al het mogelijke, om zijnen ongehoorzamen onderdanen afbreuk te doen en hen te verzwakken. Onderhandelingen, door deze laatsten met den Aartshertog aangeknoopt, leidden zoo weinig tot bevrediging, dat een Hollandsch heir van ruim 8000 man, onder opperbevel van den Stadhouder La Layng, in October 1481 het Sticht binnentrok, en den 10en dier maand het beleg sloeg voor het blokhuis te Vreeswijc aan de vaart, dat op des Burchtgraven last gesticht was. Zoodra die van Utrecht de noodvuren der belegerden hadden bespeurd, deed de Burchtgraaf terstond de reizige-ruiters11 en voetknechten uit Montfoort en Amersfoort lichten, voegde daar soudenieren en poorters by, en trok, met zijn oom Sweder van Montfoort, Henric van Zuylen van Nyevelt, Dirc van Zuylen van der Haer, Vincent van Swanenburch, en Willem van Wachtendonck, aan het hoofd van 3500 man den belegeraars tegen. Nadat het leger by Engelenburch was gerangschikt, werden Vincent, Willem, en Dirc (Henric weigerde die eer) Ridder geslagen, en trok men de vijanden stout en welgemoed tegen. Deze meenden aanvankelijk dat het de Bisschop met zijne afgesprokene versterking was, maar zagen weldra hunne misvatting in, en stelden zich haastig te weer. Eene achterwaartsche beweging hunner eigene reizige-ruiters by den eersten aanval reeds als wijken aanziende, werden zy echter door een plotselijke schrik bevangen, en sloegen ijlings in de grootste verwarring op de vlucht. Op de wegen naar Schoonhoven, Oudewater, Woerden, en IJsselsteyn, stoven de vliedenden voort, en wierpen hunne wapenen van zich; velen vloden de uiterwaarden op, en verdronken in de Leck; de krijgshoofden, wie bidden noch dreigen om hen tot staan te brengen hielp, werden medegesleept. Van tien ure des morgens tot in het duister van den laten avond zettenden Montfoort en de zijnen hen na, en bekwamen een belangrijke buit aan wapenen, krijgsvoorraad, geld, en gevangenen. Met een honderdtal dezer laatsten, en de veroverde vanen van Dordrecht, Delft, Rotterdam, en Heusden, trokken zy in triomf hunne stad weder binnen. Des Burchtgraven gezach was er merkelijk door gestevigd, hoewel de bedaarden zich door dezen aanvankelijken voorspoed niet lieten misleiden, maar zeer goed inzagen, dat drie Utrechtsche steden niet tegen de Nederlandsche Hertogdommen en Graafschappen, de Burchtgraaf van Montfoort niet tegen den Aartshertog van Oostenrijk, op den duur bestand waren. De inmiddels nog hangende onderhandelingen over den vrede werden thands door de stoutere eischen der Utrechtenaren afgebroken; want de Burchtgraaf, zegt men, verklaarde: dat hy liever de velden verwoest, en de ploegschaar door de grondvesten der stad zou zien gaan,—dat hy en zijne aanhangers liever den nood van honger, pest, en andere kwalen wilden ondergaan, ja lijden dat alle poorters met hen werden verdelgd, dan dáarin toe te geven, dat Utrecht ongeschonden onder de heerschappij van Bisschop David zou te rug komen.