Note 10 — Het Kasteel van Montfoort.
Reading edition
Bisschop David van Borgondiën, die niet zeer by zijne poorters gezien was, mag uit hunne goede gezindheid jegens den Burchtgrave wel eenige achterdocht geraapt hebben10; hy vond ten minste goed om hem naauwer aan zich te verbinden, en ontfing van hem eene verzekering van trouwe als vasal en onderdaan, by gezegelden brieve van 1474. Johan gaf die verklaring toenmaals misschien gants in oprechtheid en ter goeder trouwe; maar de Bisschop had wijzer gehandeld, wanneer hy, in plaats van zich op dergelijke verbindtenissen met zijne Edelen te steunen, zijne onderzaten in ’t algemeen minder van zich verwijderd, en zijn Borgondische willekeur meer ingetoomd had; hy deed dit evenwel niet—en het gevolg daarvan was eene openbare breuke met zijne stad Utrecht, die in 1477 den Burchtgraaf tot haren Hoofdman verkoos. Johan was voorzichtig genoeg, om zich niet terstond binnen Utrecht te vestigen, maar liet zich eindelijk overhalen, en was er toen ook ten eenenmale meester, zoodat de Raad niets ondernam dan met zijn voorkennis en medeweten, hetgeen zelfs op de zaak der Hoekschen in Holland, die hy ten sterkste toegedaan was, gunstig inwerkte. Toen Reynier van Broechusen in 1481 de stad Leyden voor die partij niet langer behouden kon, maar heimelijk in de nacht vertrok, spoedde hy zich over Woerden naar Montfoort, wel wetende daar eene goede ontfangst te zullen vinden. Hy bedroog zich niet, hoewel de Burchtgraaf afwezig was, en de trouw der Montfoorters terstond op eene zware proef werd gesteld. De Aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk zette hem, met ongeveer 600 krijgsknechten, byna op den voet na, kwam voor de stad, eischte vrijen ingang, en daarby de uitlevering van Heer Reynier met diens manschap. Hy ontfing nogtans een ander andwoord dan hy verwacht had: die van Montfoort stelden zich te weer, en deden hunne donderbussen en serpentynen dapper op de Hollandsche benden spelen, zoodat Maximiliaan zelf byna door een serpentijnkogel gekwetst werd. Vertoornd trok hy daarop, schoon ’t Palmzondag was, te rug, maar niet zonder op dien keertocht eenige dorpen en gebouwen, tot de eigendommen van Montfoort behoorende, aan de vlammen te hebben opgeofferd. Ook was hy naauwelijks weder in den Hage, of hy vaardigde tegen Broechusen, Henric van Nyevelt en anderen, waaronder ook Johan behoorde, een banvonnis uit, daarby hunne goederen, voor zoo ver zy onder zijn gebied lagen, verbeurd verklarende. Den Burchtgraaf kwam dit op het verlies zijner Heerlijkheid Purmerende te staan, met wier inwoners hy trouwens reeds sedert 1470 op onaangenamen voet stond.