Note 7 — Het Kasteel van Montfoort.
Reading edition
Hiermede was echter nog niet alles afgedaan: de Burchtgraaf moest zich nog persoonlijke vernedering onderwerpen, wilde hy eenmaal weder hoogen staat voeren. Met twintig van zijne mannen moest hy komen, blootshoofds en in ’t openbaar, dragende in zijne hand de sleutels van het kasteel en van de stede, om die den Bisschop over te geven, daarby vergiffenis biddende voor zijn verzet, of een nieuwen eed van trouwe doende7. En totdat deze zoen geheel geregeld was, mits binnen den tijd van zes weken, zou hy zich met vijfentwintig man in Utrecht legeren, terwijl gedurende dien tijd de banieren van den Bisschop van Utrecht en van Amersfoort zoo wel op der stede als op des kasteels wallen bleven waaien, en zes Bisschoppelijke Edelen dit laatste zouden inhouden. Zoo ik nu den loop der hier verhaalde gebeurtenissen, in verband met de geslachts-opgave, wèl vat, dan komt het my voor, dat de Bisschop inmiddels tot Burchtgraaf benoemde Henric van Montfoort, Heer Henrics neef, die daarom van zijne anders denkende verwanten, of misschien van de verontwaardigde burchtzaten, den toenaam »de Rover” ontfing. Wy lezen ten minste: »dese Heer Henric de Rover, Heer Willems soon, bleef doot in het besit van Montfoort, t’welck Godt geklaegt moet syn, in het jaer doe men schreef 1387. des Vrydaechs nae Pinsterdach.”