← Table of contents
Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel II (van VI)

Note 12 — Het Kasteel van IJsselsteyn.

Reading edition

Willem van Egmond van IJsselsteyn, gehuwd met Jacob van Borssele van Brigdammes weduwe, Anna van Hennin, eene dochter van Gauthier, Heer van Bossu, werd weldra in de oneenigheden gewikkeld, die tusschen zijnen broeder en Willem den Zesde ontstaan waren, en reeds onder Egmond door ons vermeld zijn12. Toen namelijk Jan van Egmond onder vrij geleide voor den Hoogen-raad van Holland was gedaagd, maar niet verscheen, werd hy ten gevolge daarvan gevonnisd als schuldig aan hoog verraad, en, met verbeurtverklaring zijner goederen, uit den lande gebannen. Hy achtte zich daarop in Holland niet langer veilig, maar vertrok ijlings naar IJsselsteyn, en zocht er by zijn broeder eene schuilplaats. De Graaf-Hertog zond, zonder lang te toeven, zijne gezanten derwaart, en deed kasteel en stad opeischen, maar ontfing een weigerend andwoord. Hierop verzamelde hy een deel zijner Ridderen en knechten, en zond ze, omstreeks Sint-Maria Magdelena, 1416, met een groot aantal poorters uit de Hollandsche steden naar de weêrspannige plaats, om die te belegeren. Egmonds vrienden en verwanten, waaronder voornamelijk Heer Jan van Vyanen, Jonker Jacob van Gaesbeec en Heer Hubrecht van Culenborch, maakten zich nu over zijn lot bezorgd, wel inziende dat hy op den duur geen tegenstand zou kunnen bieden, en gevaar liep om, wanneer hy den Graaf-Hertog als gevangene in handen viel, als een landverrader het lijf te verliezen. Zy besloten om eene poging tot verzoening te wagen; begaven zich in allerijl naar Schoonhoven, waar Willem van Beieren nog vertoefde, en werkelijk gelukte het hun hem te verbidden, mits de Egmonders zich onderwierpen. Zoo terstond lieten deze zich echter niet vinden. De bemiddelaars reden menigmaal over en weêr, dàn naar den vertoornden Landsheere, dàn naar de oproerige broeders, en brachten het eindelijk tot een vergelijk. Zeker hebben zy den overmoedigen Ridders het wanhopige van een gewapenden weêrstand, en het noodlottig einde eener dwaze volharding, doen inzien, want de voorwaarden der bevrediging waren zoo goed als verkoop hunner rechten en goederen:

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings