← Table of contents
Merkwaardige Kasteelen in Nederland, Deel II (van VI)

Note 4 — Het Kasteel van IJsselsteyn.

Reading edition

Aanvankelijk legde Aernout zich vooral op het vermeerderen en inrichten zijner bezittingen toe. In 1278 kocht hy van den Abt van Oostbroec eenige goederen in het naby gelegene Geyn, en in het laatst des volgenden jaars pachtte hy de tienden over de landerijen rondom zijn kasteel gelegen, die aan het Maria-kapittel te Utrecht behoorden, voor vijf jaren, tegen 154 pond ’s jaars. De vijandelijkheden over den Vreelandschen tol, door zijn broeder Gijsbrecht eigenmachtig geheven4, hadden inmiddels een einde gemaakt aan deze rustige bemoeiïngen van het landleven. Aernout, Gijsbrechts partij kiezende, en mede breed opgevende van de grieven, hun door den Bisschop aangedaan, ontzegde zijn leenmanschap aan het Sticht, en nam in zijns broeders plaats het bevelhebberschap van Vreeland op zich. Graaf Floris, den 5en September 1278 met Utrecht een verbond gesloten hebbende, sloeg weldra het beleg voor dat kasteel, maar zag zich door Aernouts wakkere verdediging tot den aftocht gedwongen. Maar toen de strijd by Loenen voorgevallen, en Gijsbrecht daarby door Costijn van Renesse gevangen genomen was, werd Aernout onmachtig om zich alleen staande te houden, en leverde Vreeland in ’s Graven handen. Daarop werd hy met zijne broeders naar Zeeland gevoerd, en moest daar blijven in eerlijke gevangenschap, tot zy zich hadden onderworpen aan de voorwaarden van den strengen zoen, die op den 27en Oktober 1285 bezegeld werd, waarby zy hunne goederen ten volle aan Floris moesten opdragen, en ze slechts gedeeltelijk weêr in leen te rug ontfingen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings