← Table of contents
Martelaren van Rusland

Note 3 — IX. Over den Czaar als Paus en als God. Kerkelijke vervolgingen.

S. J. Bouberg Wilson translation

De werkelijke vrijmaking kan door dezen niet geschieden, tenzij aan de boeren, mèt de vrijheid, een groot stuk grond wordt gegeven. Wordt dit goed bebouwd, dan zou ’t hun gemaklijk zooveel opbrengen, dat hun verlies gedekt werd. Velen denken en zeggen het, maar durven toch niets doen. Zij beweren de eigenlijke meening van den keizer op dit stuk te kennen. Zij verzekeren, dat hij in toorn zou ontsteken, wanneer hij hierin gehoorzaamd werd, dat hij hen, die zijn officiëele uitspraak als gemeend zouden opvatten, en beginnen zouden haar ten uitvoer te brengen zeer verdacht zou vinden. Een ernstig schrijver, Tolstoï,3 zegt dat de boeren in sommige gewesten onderstelden dat de vorsten en de adel in den hemel andere beschermers hadden dan zij, een afzonderlijk God, een God van rijkdom, die hun met kwistige hand hun bezittingen schonk. Tijdens den hongersnood in den winter van 1845-’46 gingen de boeren van Esthland, Lijfland en Koerland in grooten getale tot den staatsgodsdienst over, om eenige ondersteuning te verkrijgen. Alleen verkeerden zij hierbij in de meening, dat zij, door het geloof van den keizer te omhelzen, dus over te gaan tot den god van den rijkdom, den eigendom zouden verkrijgen van den grond, die door hen bebouwd werd. De keizer was wel verplicht deze al te voorbarige bekeeringen tegen te gaan. Wij vernamen deze bizonderheden van personen, die ze ter plaatse zelf hebben verzameld, te Riga en te Dorpat.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings