Note 1 — III. Geschiedenis van Katya, eene Russische Lijfeigene.
S. J. Bouberg Wilson translation
Ze was nagenoeg twaalf jaar oud, toen haar meesteres een reis naar Frankrijk maakte en haar meenam, in 1815. De dame, mèt haar man meêgekomen, liet hem alleen, met het Russische leger, terugkeeren en bleef zelve in ons land. Weêrhouden door de een of andere gril uit passie of vroomheid voortgesproten, misschien onder den beheerschenden invloed van een boetprediker (waarvoor zoo menige Russische dame uit den tijd van keizer Alexander I zwichtte), zette zij zich in ’t hoofd te Parijs te blijven, en wilde van Rusland niet meer hooren spreken. Haar man, die er ten slotte genoeg van had haar tevergeefs te schrijven, te verzoeken, te gelasten, eindigde met haar geen geld meer te sturen, overtuigd haar door den honger tot terugkeer te zullen dwingen. Maar zij hield vol, nam haar intrek in een klooster, waar ze voor weinig geld terecht kon, en zond al haar bedienden weg. De jonge Katya deelde in hun lot. Haar meesteres verjoeg haar even onmeedoogend, als ze haar had geroofd. Zij stootte haar letterlijk in haar verderf. Uit de omgeving van het Pantheon werd zij naar het Marais gevoerd, rue du Chaume,1 bij vallende duisternis, en daar op de stoep van een huis achtergelaten.