Malta en de Maltezer Orde. (continued 2)
Reading edition
Publius, gouverneur van het eiland, die hem bij zich ontving en zijn goede zorgen aan hem wijdde, bracht hem aan het bed van zijn vader, die door een hevige koorts was aangetast. Paulus legde hem de handen op, begon te bidden en genas hem. Dat bericht verspreidde zich snel over het eiland, en dadelijk stroomden de zieken in massa toe. De apostel genas ze en bracht drie maanden op Malta door, voor hij naar Rome ging.
Dichtbij de grot, op de plek waar een standbeeld Paulus voorstelt de menigte toesprekend, is een holte in den grond, waar veel beroemde personen der Christenheid begraven wilden worden als op gewijden grond. De dooden zouden er rusten in volkomen vrede onder de hoede van den apostel, die schipbreuk had geleden op de noordkust van het eiland.
Van de hoogten van Città Vecchia had ik een groot deel van Malta aan mijn voeten zien liggen in doodsche eentonigheid. Men zag er slechts kale, boomlooze golvingen van den bodem, zonder groen, en overal steenen en nog eens weer steenen met enkele dorpen, kloosters en woonhuizen. Steden en dorpjes waren trouwens op deze plek dichtbij, en de vrije natuur was eigenlijk ver te zoeken, zoodat het den indruk maakte, dat een enkele stad de geheele oppervlakte van het eiland overdekte.
Hoezeer bewonderde ik toen de groote werkzaamheid der Maltezers, die met geduld en volharding erin geslaagd zijn, hun rots prachtige oogsten te doen voortbrengen. Want die droge en steenachtige terreinen, waar bijna overal de rots aan de oppervlakte komt, geven een opbrengst van veertig ten honderd. En de aarde, waar krijgen ze die vandaan? Er is mij verteld, dat ze dikwijls de rotsen afgeschraapt hebben, om grond te maken, en het is zeker, dat zeer vaak aarde op menschenruggen naar de tuinen wordt gevoerd. Geen duimbreed rotsgrond wordt ongebruikt gelaten; de bewoners hechten hun groenten vast aan elk uitstekend punt van de rotsen; zij maken overal terrasjes en profiteeren zelfs van natuurlijke spleten en holten.
Men ziet geheele gezinnen van Maltezers volijverig boerenwerk verrichten, wieden en spitten en onvermoeid gieten.... Maar het gaat vaak lastig, want er is niet zelden gebrek aan water.
Uit het oogpunt van schilderachtigheid zijn er weinig plekken te roemen; maar al is het natuurschoon schaarsch, toch moet men niet verzuimen een bezoek te brengen aan de Makluba in het Zuiden van het eiland, aan de grens van het gebied van Krendi. Het is een zeer diepe inzinking van den grond, een donkere kuil tusschen steile rotswanden, waartusschen men in de diepte een tuin ziet liggen.
Op korten afstand van dien afgrond, te Gebel-Kim, vindt men de reusachtige ruïnen van een phoenicischen tempel, tegenwoordig aangeduid met den naam Pietra della Venerazione. Opgravingen, die men vroeger in die ruïnen heeft gedaan, hebben beenderen van dieren aan het licht gebracht en een menschelijken schedel van ongewonen vorm. Een geleerde bibliothecaris van La Valette heeft bewezen, dat de tempel aan den phoenicischen Hercules was gewijd. Niet ver van dit heiligdom was er een andere tempel, aan Esculapius gewijd. Er zijn daar steenen van reusachtige afmetingen, die in hun behouwen toestand uitstekend zijn bewaard gebleven.
Op Malta bestaan nog andere ruïnen van deze soort, vooral in het oostelijk deel van het eiland. Malta was inderdaad in de Middellandsche Zee een punt van al te groot belang, dan dat het de aandacht niet zou hebben getrokken van de Phoeniciërs en de andere zeevaarders der Oudheid. Vooral de Phoeniciërs waren gewoon, alle kusten met hun handelskantoren te overdekken.

Wapenzaal in het Gouvernementshuis.
Het grootste aantal monumenten, dat ze er hebben nagelaten, bevindt zich op de zuid- en de oostkust. Ik heb ze gezien aan zee te Marsa Scirocco, te Krendi en op het eiland Gozzo.
Al die resten van bouwwerken hebben in hun reusachtige afmetingen geheel het karakter van de monumenten, die aan de Cyclopen worden toegeschreven.
Om kort te gaan, dit eiland Malta, geteisterd door den wind, verbrand door de zon, treft nu nog de verbeelding van den reiziger, nadat het een glorieuse rol in de geschiedenis heeft gespeeld. Niet enkel getuigen de ruïnen van verleden grootheid, maar er zweeft om het eiland een aureool door de dapperheid en offervaardigheid van de edele Ridders, die de barre rots, verloren te midden der golven, tot een wal hebben gemaakt voor de veiligheid van de christelijke volken.
De tegenwoordige heerschers blijven er altijd vreemdelingen; hun invloed is gering, omdat zij de ziel der Maltezers niet kunnen winnen, die ziel, die trouw blijft aan het oude geloof en aan haar vrome herinneringen. Nog onlangs heeft men daar een bewijs van gekregen. De heer Chamberlain kondigde in een trotsche rede, die hij tijdens een reis over Malta hield, aan, dat er maatregelen zouden worden genomen, om het eiland sneller te verengelschen en de engelsche taal als officiëele taal verplicht te stellen als gelijke van de landstaal en met uitsluiting van het Italiaansch.
Dat gaf groote ontroering op het eiland, en de hevigste protesten werden vernomen. Toch werden de maatregelen genomen. De Wetgevende Raad van de kolonie ging toen tot obstructie over, terwijl de bevolking al duidelijker hare verontwaardiging toonde. Deze was van dien aard, dat Engeland de besluiten omtrent de talen gedeeltelijk moest herroepen.