← Table of contents
Lord Lister No. 0029

EEN KOSTBAAR OFFER.

Reading edition

De overgebleven priesters der tempelstad waren radeloos. De meeningen liepen zeer uiteen. Ook bij hen deed zich reeds de invloed der Engelsche beschaving gelden.

Zelfs al was het Brahma niet geweest, het fanatisme der menigte geloofde aan bovenaardsche dingen, en dit geloof was machtiger dan al het andere.

Toen ook de laatste priesters naar hunne rustplaatsen terugkeerden, klonk plotseling een woest alarm in de pelgrimstad.

Verbaasd luisterden de priesters en zij bestegen de hoogte, die het dal van de stad scheidde.

Groote vuren verlichtten de straten en pleinen van de stad, die uit lichte houten gebouwen was opgetrokken.

Donkere menschenmassa’s vulden de straten en stroomden naar een plein waar, in het heldere licht van het vuur, een aantal ruiters stilhield.

Eenige priesters snelden naar het plein om te vernemen wat daar voorviel.

Maar reeds kwamen pelgrims hun tegemoet, die hun toeriepen:

“Komt, priesters! Snelt naar den Dschain-tempel! Een bedrieger ontsteelt u daar het heiligdom van Brahma, en eene danseres is zijne medeplichtige. Daar in de pelgrimstad kwamen zooeven afgevaardigden van den Maharadjah aan. Zij vervolgen den bedrieger en trachten hem in handen te krijgen. Opent de poorten der heilige stad; opdat wij den bedrieger kunnen steenigen.”

Zwijgend luisterden de priesters naar deze tijding en zij snelden naar hun opperhoofd, naar Zoraster.

In hun ooren weerklonk het gebrul der opgewonden pelgrims:

“Steenigt hem!”

Toen Zoraster de priesters had aangehoord en het geschreeuw der menigte vernam, sprak hij:

“Niemand treedt in het nachtelijk uur de heilige stad binnen. De poorten blijven gesloten.”

Gedurende dit alles doorleefden Raffles en Samru angstige uren.

Raffles wist niet, hoe hij onopgemerkt uit de tempelstad zou kunnen komen.

Toen bood de trouwe Achmed zich aan om den weg te zoeken; hij sloop aan den noordkant over den hoogen muur de pelgrimstad binnen. Dadelijk viel hem het ongewone nachtelijk lawaai in de straten op en nieuwsgierigheid dreef hem naar het plein, waar de menigte rondom de boden van den Maharadjah stond.

Hij werd door ontzetting aangegrepen, toen hij de ruiters herkende, en doodelijk verschrikt hoorde hij, hoe het volk woedend den dood van zijn geliefden Sahib eischte.

Weinig hoop bleef er nog over om de tempelstad te kunnen ontvluchten.

Als het gebrul van uitgehongerde tijgers klonk het uit de menigte: “Steenigt hem!”

Een uur later was Achmed bij Raffles terug.

Hij was zóó uitgeput, dat hij bijna niet kon spreken.

Met moeite hijgde hij:

“Ze willen ons dooden! Boden van den Maharadjah zijn aangekomen! Gij moet vóórdat de zon opgaat met Samru weg zijn.”

“Zij slaapt, Achmed.”

“Wek haar dan, heer. Gij moet weg! De woede der pelgrims kent geen grenzen! Vlucht, of gij zult nooit weer de zonnestralen weerkaatst zien in de lachende oogen van Samru.”

Raffles ging den tempel binnen, waar aan de voeten van het Boeddhabeeld Samru op zijden kleeden lag te slapen.

Zacht riep hij haar bij haar naam en dadelijk richtte zij zich op. In weinig oogenblikken had zij alles begrepen.

Met fieren blik sprak zij:

“Wij willen ons niet door het noodlot laten dwingen. Voorwaarts, geliefde! Vraag Achmed, waarheen.”

En de trouwe Mahout sprak tot zijne meesteres:

“Gebiedster, wij moeten naar de bergen. Door de stad kunnen wij niet, daar wacht ons de dood. Volg mij! Over een uur is de dag aangebroken en dan mogen we niet meer in de stad zijn.”

Na een korte aarzeling sprak Samru:

“Laat ons vluchten!”

Zij snelden langs de tempeltrap naar beneden. Natana volgde achteraan en in haar slanke handen hield zij een zwaard, waarmede zij bereid was haar meesteres tot den laatsten droppel bloed te verdedigen. Raffles echter droeg in een zijden doek gewikkeld het kostbare Akasa, voor welks bezit zij al de vreeselijke gevaren trotseerden.

Zij begaven zich naar de achterzijde van den tempel, aan welks muren een zuilengalerijtje grensde, dat de uitgangspoort verborg.

Behoedzaam keek Achmed door de poort. Niets was te zien aan dezen kant van de stad.

De vluchtelingen volgden een smal, bijna onbegaanbaar pad. Achmed liep nu met Natana vooruit. Op hen volgden Raffles en Samru. Zij vlijde zich teeder tegen hem aan. Zwijgend snelden zij voorwaarts. Slecht eenmaal keerde Achmed zich om en riep:

“Meesteres, de weg is ver, zal ik u dragen?”

Maar Samru antwoordde glimlachend:

“De hand, die mij geleidt, doet mij alle vermoeidheid vergeten.”

Raffles kuste de handen, die zij hem nu voor immer had toevertrouwd.

Steeds voorwaarts snelden zij, totdat de opgaande zon de nachtelijke schaduwen verdreef. De zon, bij wier eerste stralen de bloeddorstige menigte de tempelstad binnenstormde om wraak te nemen.

Het gebergte werd steeds steiler en kaler. Hier en daar kwamen de vluchtelingen door kleine palmbosschen, die eenige schaduw aanboden. Maar weldra zag Raffles, dat Samru moe werd en rust moest nemen.

Achmed keek, op een rotsblok staande, met scherpen blik in het dal; maar hij ontwaarde buiten de muren der tempelstad geen enkelen vervolger.

“Het is goed,” mompelde hij, “zij zoeken ons in de tempels. Wij kunnen een oogenblik rust nemen.”

Zij legden zich neer achter een met mos begroeid rotsblok.

Maar spoedig stonden zij weer op om hun weg voort te zetten.

De bergen werden steiler en de weg moeielijker. Onverdraaglijk was de hitte, die de rotsachtige bodem uitstraalde, en een brandende dorst begon hen te pijnigen. Maar nergens was een bron te ontdekken om zich te laven.

En de zon voleindigde haar weg aan den hemel en wederom daalde de nacht.

“Ik kan niet verder,” zuchtte Samru, “laat mij liggen en bekommert u niet meer om mij.”

Bewusteloos zonk zij op den grond neer.

Raffles boog zich smartelijk over het bleeke gezichtje met de gesloten oogen.

“Wij zullen rusten, heer,” sprak Achmed, “het is voor vandaag genoeg.”

Achmed had intusschen verkoelende bladeren gezocht en legde die zijn meesteres op het voorhoofd.

Opeens vond hij ook onder een rots een langzaam vloeiende bron. Dit bracht weer moed en hoop in de harten der vluchtelingen.

Wederom rustten zij in de schaduw van een rots en sluimerden de vermoeide reizigers in.

Bij het aanbreken van den morgen vervolgden zij hun weg.

Samru zag er bleek uit, maar gelukzalig glimlachend liep zij verder.

Tegen den middag bereikten zij eindelijk de vlakte, die zich tot Bombay uitstrekt en door eenige riviertjes wordt doorsneden.

Op de vlakte ontdekten zij bij een smalle beek een paar lage hutten.

Vol hoop snelden zij erheen. Achmed riep luid om de bewoners op hen opmerkzaam te maken.

Maar geen menschelijke stem gaf antwoord.

Het dorp lag in diepe rust. Een onverklaarbare angst beving de vluchtelingen, toen zij de armoedige woningen bereikten.

Rondom slechts puinhoopen en woestenij. Er heerschte doodsche stilte.

Raffles was spoedig besloten een der hutten binnen te treden. Hij struikelde over een been, dat op den grond lag. Hij bukte zich en raapte het op.

Samru en Achmed waren naderbij gekomen en keken naar het gevondene.

“Wat is dat, Rao?” vroeg Samru.

Toen antwoordde Achmed:

“Heer, werp het op den grond, het is een been van een mensch.”

“Het huis schijnt leeg en uitgestorven.”

“Ja, heer,” antwoordde Achmed, “leeg en uitgestorven. En niet alleen dit huis, maar het geheele dorp. Hier is alles dood, de pest heeft hier huisgehouden.”

Samru sidderde en hield Raffles’ arm krampachtig vast. Zwijgend keerden zij zich om en gingen verder.

Hier en daar, tusschen het onkruid verborgen, lag een geraamte, dat door de zon verbleekt was.

Samru trad verschrikt achteruit.

Zij rilde van afschuw.

Maar steeds gingen zij verder en haalden verlicht adem, toen zij het akelige dorp achter den rug hadden en niets meer zagen van dezen ontzettenden geesel van Indië.

Maar, o schrik—slechts weinige uren daarna begon de prinses te rillen en te beven.

Machteloos zonk zij neer.

Raffles boog zich over haar heen, maar de trouwe Achmed trok hem weg. Ontsteld keek hij naar haar, die daar op den grond lag en fluisterde:

“Sahib, vlucht—het is de pest!”

Raffles voelde zijn bloed verstijven; hij kon het niet gelooven.

Maar hij zag hoe de slanke, teere handen der geliefde zich kromden van pijn, haar gelaat was doodsbleek—nog eenmaal sloeg zij de heerlijke oogen op, een laatste gelukzalige glimlach en reeds had de koude, wreede dood een der schoonste bloemen afgebroken.

Raffles wist niet, wat er met hem gebeurde.

De trouwe Achmed had hem in zijn armen genomen en droeg hem met bovenmenschelijke kracht met Natana naar de naastbijzijnde Engelsche kolonie.

Zes weken later ontmoette Raffles Lord Turkington weer in Egypte. Verbaasd keek de Lord Raffles aan, die hem jaren ouder scheen geworden.

“Ik heb mijn belofte gehouden, Lord Turkington,” sprak Lord Lister, “ik heb haar met het beste betaald dat ik bezat: met mijn hart. Hier is het Akasa, het geheim van den dood uwer voorvaderen. Beproef niet, het raadsel op te lossen, het leidt tot krankzinnigheid!”

Toen Lord Turkington het product der Indische tooverkunst had bekeken, nam hij het op en slingerde het in tegenwoordigheid van Raffles in de wateren van den Nijl.

Raffles echter staarde in gedachten verzonken naar de kringen die in het water achterbleven en weende.

Dit was de eerste en laatste keer, dat iemand in zijn oogen tranen had gezien.

Het volgend deel (No. 30) is getiteld:

De Directeur der Koloniale Vereeniging.

Pakkend! Sensationeel!

Boeiend zijn de avonturen van den beroemden Amerikaanschen Detective

NICK CARTER,

het mooiste wat ooit op het gebied van Detective-verhalen verschenen is.

Elke aflevering bevat een afgerond verhaal.

Prijs per aflevering 10 CENT.

Te bekomen in den boekhandel en bij den Uitgever

Roman-Boekhandel voorheen A. EICHLER te Amsterdam

Belooning: 1000 pond sterling.

Wie kent hem? Wie heeft hem gezien?

Portret van Lord Lister.
Portret van Lord Lister.

Dat vraagt men in Scotland Yard! Dat vraagt heel Londen!

Lord Lister genaamd John C. Raffles, de geniaalste aller dieven

brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters; ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt en behoeftigen ondersteunt.

Man van eer in alle opzichten

spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat:

Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren.

Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, Lord Lister, genaamd John C. Raffles, den geniaalsten aller dieven, te vatten!

WARRANT OF ARREST. Vertaling: Bevel tot aanhouding.

Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension of the man described as under: Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt:

DESCRIPTION: Name: Lord Edward Lister, alias John C. Raffles. Age: 32 to 35 years. Height: 5 feet nine inches. Weight: 176 pounds. Figure: Tall. Complexion: Dark. Hair: Black. Beard: A slight moustache. Eyes: Black. Language: English, French, German, Russian, etc. Beschrijving: Naam: Lord Edward Lister, genaamd John C. Raffles. Leeftijd: 32–35 jaar. Lengte: ongeveer 1,76 meter. Gewicht: 80 kilo. Gestalte: slank. Gelaatskleur: donker. Haar: zwart. Baardgroei: kleine snor. Oogen: zwart. Spreekt Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.

Special notes: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown. Bijzondere kenteekenen: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam onbekend.

Charged with robbery. A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man. Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000 pond sterling.

Headquarters—Scotland Yard. London, 1st October 1908. Police Inspector, Horny. Het Hoofdbureau van Politie Scotland Yard. Londen, 1. October 1908. Inspecteur van Politie (get.) Horny.

Roman-Boekhandel voorheen A. Eichler

Singel 236—Amsterdam.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings