← Table of contents
Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java

Note 2 — Geloofsbekentenis van broeder Avondrood.

Reading edition

Ongetwijfeld (antwoordt men hierop) kunnen ligchamelijke omstandigheden invloed uitoefenen op de zedelijke handelingen des menschen, maar desniettemin blijft ons besluit, de laatste uiting van onzen wil toch vrij. Indien ik heden of morgen naar de kerk of naar den schouwburg wil gaan en ik met het volle bewustzijn van mijn voornemen van twee dingen het eene kies, b. v. wanneer ik den meer gemakkelijken, maar langeren weg vermijd en den korteren weg insla, hoewel hij smal en glibberig is, of indien het leven mij ten last is en ik aanstalten tot zelfmoord maak, wie of wat verhindert mij het eene te doen of het andere te laten? is in al deze gevallen mijn wil die tot het een of het andere besluit, niet vrij?—Neen; deze vrijheid is eene begoocheling; onze wil schijnt ons toe vrij te zijn, dewijl de natuurlijke band welke oorzaak en gevolg verbindt, voor ons oog verborgen is, of dewijl de verschijnselen te ingewikkeld, te zaâmgesteld zijn, dan dat het verband naar de wetten die het regelen, duidelijk door ons zou worden ingezien.2 Dat een dergelijke zamenhang niettemin werkelijk bestaat, dat insgelijks de verschijnselen in den zedelijken kring waarin de mensch zich beweegt,—zijne denkbeelden, zijne besluiten, zijne handelingen—de noodzakelijke gevolgen van natuurlijke oorzaken zijn die haren invloed op hem uitoefenden, dit leeren ons de onderzoekingen van Quetelet3 en van Fransche en Engelsche staathuishoudkundigen, waaruit is gebleken dat het aantal misdaden van elke soort steeds eene bepaalde breuk van het getal der bevolking is, op grond waarvan men (indien de omstandigheden onveranderd dezelfden blijven) vooraf kan opgeven, hoe vele diefstallen, hoe vele moorden uit jaloezij, moorden uit hebzucht, hoe vele kinder- en zelfmoorden (gemiddeld genomen) binnen den tijd van een jaar onder de bevolking der verschillende landen en klimaten voor een bepaald aantal individuen, b. v. eene misdaad op duizend of 600 individuen—gepleegd zullen worden. Gelijk bekend is heeft de groote Belgische sterrekundige deze statistieke regelmatigheid in de verrigtingen van den menschelijken geest het eerst door vaste getallen aangetoond en bewezen, dat insgelijks onze zedelijke eigenschappen, even als de neiging: aan de verlokkingen (ten kwade) die invloed op ons uitoefenen, aan de hartstogten welke ons in beweging brengen, gehoor te geven (waaruit misdaden ontstaan), aan vaste wetten gebonden zijn.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings