Note 9 — 3.
Reading edition
Kort vóór 2 ure kwamen wij in het dorp Oewoetagnis aan en installeerden ons, zonder pligtplegingen te maken, in de voorgalerij van de woning des Loerah, terwijl de Koeli’s daar buiten, waar slechts eenige schaduw was, zich nedervleiden of naar den Pantjòran gingen om zich in het water te verfrisschen. Wij volgden in dit opzigt hun voorbeeld en nuttigden vervolgens een ontbijt, bestaande uit rijst, Pisang, Sambal en Dendeng, ’t geen wij hier ter plaatse hadden bijeen gekregen. Onze bedienden haalden de geldzakken9 te voorschijn en betaalden de Gnoerager Koeli’s, terwijl de Loerah, luide brommende, in het dorp rondliep om andere Koeli’s op te sporen. Wij waren zeer verlangend om den volgenden morgen vroegtijdig Desa-Gnarak aan de zuiderkust te bereiken en wenschten uit dien hoofde nog heden naar Desa-10Roetab te gaan, een dorp dat ons om zijne aangename ligging op een berg, door de Javanen was aanbevolen tot het houden van ons nachtkwartier. Nadat wij gedurende een uurtje hadden halt gehouden, waren wij inderdaad gelukkig genoeg om onze pakkaadje op de schouders van tien versche Koeli’s te zien laden die, met den Loerah achter zich, het dorp uitwandelden, terwijl wij, door nieuwsgierige dorpsbewoners aangegaapt, hen volgden. De Gnoeragers zaten en lagen, hunne cigaren rookende, in den Warong,11 en hadden waarschijnlijk geen plan om voor het invallen der avondkoelte den terugtogt naar hun dorp te aanvaarden. Er bevonden zich aldaar insgelijks eenige onzer jongens, en het was niet dan ongaarne dat zij hun gemak aan ons ten offer brengen en opstaan wilden. Beneden het dorp aangekomen zijnde, doorwaadden wij de Tji-Irignas welke den dalbodem doorstroomt, stegen aan de overzijde weder hooger opwaarts en zetteden vervolgens onze reis over bergen en dalen voort door het oneffene lage bergland, dat naar de zijde der zuider kust allengs afloopt.—Het verwijderde hooggebergte dat noordwaarts van ons ligt, was in wolken gehuld, waaruit een zacht gerommel als van een verren donder zich liet hooren; hier echter brandde de zon nog met onverzwakte kracht aan den wolkenloozen hemel.