← Table of contents
Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java

Note 22 — 3.

Reading edition

Wij plaatsten ons op gelijke wijze als hij zat, tegenover den grijsaard op den grond, leiden de geweren tusschen hem en ons neder, namen eenige cigaren in de hand en reikten ze hem toe.—Hij bezag ons nu met meer aandacht en sprak: „Zijt gij geene roovers? Zijt gij Orang poetih (blanken)?—Hollanders? Het is lang, zeer lang geleden; ons dorp stond destijds nog beneden aan de kust, toen kwamen zeeroovers (Badjak’s), zij overvielen ons en hebben mijne vrouw en mijne kinderen vermoord. Sedert dien tijd hebben wij ons hier hooger bergopwaarts in het woud nedergezet. Onze Oema’s (rijstvelden) liggen daar ginds. Vijf jaren geleden is een Mantri (inlandsche beambte) hier geweest; hij heeft ons Bibit kopi (koffijboonen) gebragt en ons geleerd hoe wij koffij moeten planten. Daar staan de struiken. De Moesang’s22 eten de bessen op. Wij kunnen ze niet gebruiken. Wij hebben geen lust om naar de Pakamitan (hoofdplaats) te gaan. Wij hebben geen geld noodig.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings