← Table of contents
Licht- en schaduwbeelden uit de Binnenlanden van Java

Note 19 — 3.

Reading edition

Het waren Andjing adjag’s (Canis rutilans), zoogenaamde wilde honden die in troepen vereenigd leven, kleiner zijn dan wolven, maar veel vraatzuchtiger en wilder mogen genoemd worden dan deze. Wel was de schildpad nog niet dood, maar zij had reeds te veel geleden om zich te kunnen verwijderen; de krokodil, die waarschijnlijk eene goede vangst had gemaakt, trok zeewaarts af.19—De Adjag’s wierpen zich nu van alle zijden andermaal op hunne prooi, vielen haar met vereenigde krachten aan en schenen druk bezig om haar de schilden uiteen te rijten. Ik lag mijn geweer aan en stond gereed om los te drukken, toen een der Javanen de hand op mijn arm lag en mij eenige beteekenisvolle woorden toefluisterde.—Zijn scherp oog had de gedaante, welke uit het duistere woud te voorschijn was getreden reeds bespeurd; zij stond daar, hield stil, keek op, liet de vlammende blikken over de schouwplaats gaan, leide zich op den grond neder en—viel plotseling met een verbazenden sprong te midden van de honden,—een vreesselijk ratelend gebrul dat uit het diepste van de keel scheen op te komen, werd daarbij vernomen en de Adjag’s stoven, als door een panischen schrik bevangen, naar alle zijden uiteen. Onder het slaken van een meer fluitend dan knorrend gehuil, snelden zij ijlings terug naar het woud en de tiran der wildernis, de koningstijger die ten tooneele was getreden, sloeg zijne klaauw ten teeken van verwinning op het schild van het voor hem liggende dier.—Een tweede, kleinere tijger, welligt een panter, sloop insgelijks nader; de eerste wendde zich knorrend, blazend om,—ik lag het geweer aan, drukte los en de knal van het schot weêrklonk in den stillen avond heinde en verre door het gebergte. De strijd der reuzenschildpadden, krokodillen, wilde honden en tijgers had voor ditmaal een einde.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings