Note 1 — Hoofdstuk VII: Roderick, de laatste der Gothen.
S. Vos-Goudsmit translation
De tragische en rumoerige geschiedenis van de wijze, waarop Spanje overging in de handen der Mooren, is stellig een onderwerp, dat waard is behandeld te worden door een groot dichter; maar of het de nationale trots beleedigde, of dat het Castiliaansche temperament er zich niet door aangetrokken gevoelde, het is zeker, dat dit gedicht ongeschreven bleef. Weinig geschiedkundige gebeurtenissen leenen zich zóó tot de schildering der diepere menschelijke hartstochten als de episode, die eindigde met het verraad van een geheel land uit persoonlijke wraakzucht. Het betreft eenzelfde ramp als die, welke Aeschylus bewoog, zijn ontroerend en grootsch drama Elektra te schrijven. Toch vindt men deze geweldige gebeurtenis slechts beschreven in een dorre Spaansche kroniek en in het onbeteekenende gedicht van Southey, Roderick, de Laatste der Gothen, dat geïnspireerd is door een onware voorstelling van dit gedeelte der geschiedenis.1